in

Mevrouw Helderder ging kamperen

Heb jij deze zomervakantie gekampeerd? Dik kans dat je – onbewust – een Bekende Nederlandse bent tegengekomen. Deze BN’er is niet heel makkelijk te spotten, want ze houdt zich het liefst met opgetrokken neus op in de buurt van het sanitairgebouw. Of liever nog achter haar frisgewassen wasgoed dat aan de lijn hangt te wapperen. En toch weet ik zeker dat je haar gezien hebt: mevrouw Helderder.

Wie Pluk van de Petteflet van Annie M.G. Schmidt heeft gelezen weet nu onmiddellijk over wie ik het heb. Het is de moeder van Pluks vriendinnetje Aagje en ze heeft een extreme obsessie voor schoonmaken. Altijd gewapend met een spuitbus gaat ze de strijd aan tegen vuil en viezigheid. Ook op vakantie. Juist op vakantie, want daar is ze misschien nog wel het meest in haar element.

Grote wasjes, kleine wasjes

De eerste keer dat ik haar op de camping zag, had ik dat niet direct in de gaten. Ik was een ambachtelijke afwas aan het doen. Met de hand dus, aan een veel te laag wasbakken-blok. Ouderwets met een teiltje, een te lauw sopje, een sponsje en een flinke scheut afwasmiddel. Naast mij stond een Nederlandse dame ook iets te wassen. Niet de vaat, maar een handwas in zo’n groot wasbekken met een ingebouwd wasbord. Voorovergebogen stond ze flink wat shirtjes, broeken en handdoeken door het sop te slaan. Ze kneedde de onderbroeken en ragde de shirtjes driftig over het wasbord heen. Ik kreeg er plaatsvervangend bijna pijn van in mijn rug. Waarom gebruikte ze niet een van de weinige wasmachines op de camping? Waarschijnlijk waren die al bezet door andere schoonmaakhobbyisten, want de paar machines die er stonden, draaiden bijna vierentwintig uur per dag. (Ondanks het feit dat je bij de receptie wasmachinemunten ter waarde van 5 euro moest aanschaffen.) Ik dacht er niet veel verder over na, want mijn vaatje was klaar en ik liep terug naar onze tent.

Nog meer was

Later die dag zag ik haar opnieuw voorovergebogen staan bij de wasbakken. Wasje nummer twee (of misschien wel drie) lag te weken in de bak. De andere wasbak had ze inmiddels ook in gebruik genomen, want daar werd een zelfde hoeveelheid was grondig nagespoeld en daarna uitgewrongen. Aagje was er ook bij. Zij sjouwde de gewassen kleren in de richting van hun caravan die al schuil ging achter een over de volle breedte van de kampeerplek getrokken waslijn die vol hing met de was van vanmorgen.

Ik geloof dat ik mevrouw Helderder sindsdien dagelijks bij haar schoonmaakactiviteiten heb betrapt. Echt elke dag zag ik haar weer een was doen. Hoeveel handdoeken en kleren kun je op een dag vies maken? Maar ja, echt last had ik er ook niet van. Als zij de hele dag bezig wilde zijn met de was, was dat haar goed recht. Persoonlijk was ik op vakantie liever bezig met wat meer ontspannender activiteiten. Maar op zeker moment kwam ook de keerzijde van haar schoonmaak-obsessie naar voren.

Toiletperikelen

Wie ooit gekampeerd heeft weet dat naar de wc gaan op een camping nogal een “dingetje” is. Je zit met zijn allen op een rijtje. Op een kale wc-pot zonder bril, slechts gescheiden van je poepende buurman door een dun schotje. Je geniet dus altijd met volle teugen van de stoelgang van degene naast je. Iets wat op zich al reden genoeg is voor sommige mensen om hun toiletbezoek zo lang mogelijk uit te stellen.

Ook voor Aagje en haar moeder kwam het onvermijdelijke moment dat een bezoek aan de wc noodzakelijk werd. Nog voordat ik ze gezien had, kon ik uit hun conversatie opmaken dat het om de “Queen of Clean” en haar dochter ging.

“Iiieeuw…, het stinkt hier” zei Aagje, “thuis stinkt het helemaal niet.”

Nee, allicht. Thuis ga je ook niet met een man of dertig per uur naar de wc en kom je ook niet even ruiken wanneer er net iemand op de doos zit.

“Nee”, zei mevrouw Helderder met gepaste trots, “Daar wordt ook veel vaker schoongemaakt. Maak het eerst wel goed schoon voordat je gaat, hoor” riep ze nog terwijl ze wegging. En ik hoorde hoe Aagje braaf een flinke hijs gaf aan de wc-rol om er een flinke laag papier af te trekken waarmee ze een tapijtje maakte dat ze over de rand van de pot drapeerde. Vervolgens hing Aagje in een soort squatpositie boven de pot, want die pot is vies en die mag je dus vooral niet aanraken. Goed voor de beenspieren die hurkzit, maar minder goed voor het richtingsgevoel zullen we maar zeggen. Toen Aagje klaar was met haar boodschap, trok ze door en verliet zo spoedig mogelijk de plek des onheils.

Daar zat een luchtje aan

Ik voelde nattigheid. En toen ik even later een blik wierp in het lege hokje, zag ik de helft van het wc-papier nog over de rand hangen. De andere helft had het gemorste plasje dat op de grond lag keurig geabsorbeerd. Schoonmaken nadat je geweest bent was er niet bij, want “bah, iets wat op de grond ligt is vies” en dat raap je natuurlijk niet op. Het was al met al geen fraaie aanblik en de volgende bezoeker trok terecht een wenkbrauw op en koos wijselijk voor een ander hokje, waarmee hetzelfde aantal mensen dus per saldo weer een schoon hokje minder ter beschikking had.

Zo leidde de schoonmaakwoede van mevrouw H. dus uiteindelijk tot meer rotzooi en viezigheid. Ikzelf heb mijn wasjes die vakantie tot het minimum beperkt. Uit principe, maar ook uit noodzaak, omdat mevrouw Helderder de wasbekkens en wasmachines een groot deel van de tijd geconfisqueerd had. Heerlijk hoor, zo’n vakantie zonder al te veel huishoudelijke klusjes. Maar het gevolg was wel dat ik bij thuiskomst een stuk of vijf, zes goedgevulde wasmachines moest draaien om mijn “achterstand” weer in te halen. Dat dan weer wel.

Written by Noortje de Kok

Tekstschrijver en redacteur. Maar vooral ook liefhebber van taal, tekst en literatuur. Onder het motto "ter lering ende vermaak" deel ik in mijn blogs graag mijn verwondering, vermaak of ergernis over verschillende onderwerpen met je.

Comments

Zeg het maar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading…

0

Comments

comments

hart-hartklachten=hartpatiënte

Vrouw, neem deze tien hartklachten ter harte !

De zomer in mijn hoofd