in

Stoppen met antidepressiva: dat gaat niet zomaar

Hoe ben ik hier terechtgekomen? Ik vraag het aan de muur, want verder ben ik alleen. De muur trekt zich niks aan van de beschuldigende toon in mijn stem.

De muur doet wat hij het beste doet en is onbewogen, stoïcijns. Ik benijd de muur, die niet verdrinkt in emoties en spottend zijn ding doet. Ik haat alles. Maar dit gaat voorbij.

Dan moet het maar

Het is inmiddels twee jaar geleden dat de huisarts mij Citalopram voorschreef. Een antidepressivum. Eigenlijk wil ik helemaal geen antidepressiva, maar mijn vriend had na mijn laatste episode duidelijk laten weten hoe het zat: als ik geen hulp zocht, kon ik in elk geval op zoek naar een andere vriend.

En ik zag de redelijkheid van de onredelijkheid van die boodschap ook wel. Natuurlijk moest ik hulp zoeken. Het was niet niks, al voelde ik dat zelf anders. Dus praatte ik met mijn huisarts en vroeg haar om een doorverwijzing naar een psychiater. Hopend dat de combinatie van kennis van medicatie en van de psyche mij verder zou brengen dan een gesprek over hoe onaardig mijn moeder ooit was of niet.

De huisarts reageerde licht beledigd. “Waarom wil je naar een psychiater?” Het antwoord op die vraag leek mij evident, maar haar niet. “Ik kan je die medicijnen ook voorschrijven hoor…” Omdat ik moe, op en er klaar mee was, ging ik akkoord. Dan niet naar een psychiater. Zonder doorverwijzing, maar met recept vertrok ik weer.

Wat een ramp

De eerste weken waren afgrijselijk. Volgens de officiële lezing, zowel online als in de bijsluiter kan dat helemaal niet. Maar al de eerst avond kon ik mijn ogen niet openhouden en viel halverwege een zin in slaap. Een rondje internet leerde mij dat de officiële lezing en die van ervaringsdeskundigen nogal uiteenlopen. Dat zou ik vaker meemaken, maar dat wist ik toen nog niet.

Die vermoeidheid bleef nog lang, samen met nachtmerries, zweten, last van mijn buik en misselijkheid. Tegen dat laatste kreeg ik ook weer medicijnen. Maar de voornaamste bijwerking van de medicijnen tegen misselijkheid, was…misselijkheid. Dus stopte ik daar maar mee en zette mijn tanden op elkaar.

En dat werkte

Na twee maanden was mijn hoofd genadig stil. Was ik misschien niet belachelijk vrolijk, maar ook niet ongelukkig. Huilde ik niet meer zo vaak en kon ik de wereld weer aan. De misselijkheid verdween en de vermoeidheid was er nog wel, maar lang niet zo heftig als in het begin. En ja, als ik een avondje ging stappen, sloeg de alcohol veel harder in dan voor de Citalopram, maar ach, dat was wel zo goedkoop. Mijn geheugen was een soort gatenkaas, waarbij ik soms gesprekken van nog geen uur ervoor direct weer was vergeten. Niet een beetje, maar echt totaal. Al met al was het vreselijke gevoel, dat vreselijke lege gevoel, gevolgd door dat vreselijke rondtollen van nare gedachten in mijn hoofd, weg.

Bah

En nu lig ik op de bank. Misselijk, duizelig en met constante stroomstootjes die door mijn hoofd schieten. Verdrietig ook. Leeg. Alles is te veel. Alles is te fel. Alles is te luid. Elke taak die ik moet doen voelt als een marathon. Ik eet…veel. Maar het smaakt me niet. Ik wil niet naar buiten, maar voel me binnen eenzaam.

Het is inmiddels een maand geleden dat ik ben begonnen met het afbouwen van Citalopram. Van de 20mg die ik de afgelopen twee jaar heb geslikt, naar 5 mg nu. In 6 weken afgebouwd. Op aanraden van mijn nieuwe huisarts.

Vertrouwen

“We gaan samen afbouwen” zei hij. “Ik ga mij inlezen en volgende keer dat je hier bent, gaan we kijken hoe we dat het beste kunnen doen.”

Het gaf me vertrouwen: hij ging met me meedenken. Niet vertellen wat ik moest doen, niet ongeïnteresseerd een lijstje afstrepen. Vol vertrouwen liep ik de volgende keer binnen.

“Welk antidepressivum gebruik je ook alweer?”
“…uh… Citalopram…weet je nog”
“Ah ja…en wat is de dosering?”
“Wat ik vorige keer zei: 20 mg”
“Oh ja..nou…laten we naar 10 mg gaan en dan bel je over 6 weken even over hoe het gaat..”
“Uh…oke…maar..is dat niet wat plots? Halveren? Ik heb me wat ingelezen en afbouwen moet echt langzaam”
“Ja, misschien voelt het alsof de depressie terugkomt, maar dat lijkt maar zo. Dat moet je in het achterhoofd houden”
“Oké. Maar ik ben niet bang dat de depressie terugkomt. Ik ben banger voor het stoppen met de antidepressiva. Laatst vergat ik het 2 dagen en toen was ik bijna een week heel ziek”
“Jaaa…dat is als je een veel hogere dosering hebt. Je zal je soms even rot voelen. Houd een dagboek bij.”

“……..”
” Wel bellen hè, over 6 weken.”

Gelaten verliet ik zijn kantoor. En natuurlijk belde ik hem vorige week netjes, zoals beloofd.

Nog een telefoontje

“Waar kan ik je mee helpen?”

“Nou, ik zou bellen na 6 weken en het afbouwen van Citalopram,” zeg ik zonder enige beschuldiging. Want waarom zou ik?

“Ja, zeg… ik zie 30 patiënten op een dag hoor. Ik heb je dossier net opengeslagen. Ik kan niet alles onthouden.”

Aan mijn kant van de lijn blijf ik stil. Ik weet niet precies waar deze reactie vandaan komt. “Het gaat wel oké,” zeg ik dan maar spontaan. “Ik heb wel last van stroomstootjes en voel me moe en niet echt heel lekker, maar het gaat wel oké denk ik.”

“Soms wanneer je stopt, dan ga je denken dat alles wat je voelt met de medicijnen te maken heeft.” Is zijn behulpzame reactie. En ik begin nu wel geïrriteerd te raken. “Ik denk niet dat dat het is,” verzeker ik hem. Het zijn ook bekende verschijnselen die heel vaak worden gemeld door mensen die stoppen.”

Er valt over de lijn een ijzige stilte. “Wat wil je nu doen?” Doorbreekt mijn nieuwe huisarts die stilte. “Ik zit nu op 10 milligram en ga dan wel naar 5.” Ik zeg het zakelijk, afstandelijk. Ik ben niet blij met de antidepressiva die ik neem. Ik ben niet blij met het feit dat het afbouwen me zo zwaar valt. En ik ben vooral niet blij dat ik er een hekel aan heb om mij van mijn zwakste kant te laten zien en iemand me zo duidelijk laat weten dat het hem weinig tot niks interesseert. Niet als mens hoor, dat snap ik…met 30 patiënten enzo. Maar gewoon professioneel, want ik ben één van die patiënten.

Miserabel

Dat was vorige week. Nu zit ik een halve week op 5 milligram. En omdat ik mijn huiswerk wél heb gedaan, weet ik dat Citalopram een antidepressivum is dat redelijk snel uit je bloed verdwijnt. Dat betekent dat je de gevolgen van een mindering retesnel voelt. Lichamelijk: misselijkheid, duizeligheid, koppijn, buikpijn, stroomstootjes. Maar ook mentaal: ik ben boos, verdrietig, leeg, te vol, paniekerig, en slaap niet langer echt.

Maar ik houd vol. Want ik moet erdoorheen. Ik weet dat veel mensen jarenlang antidepressiva blijven gebruiken omdat het zo moeilijk is om ermee te stoppen. Omdat de bijwerkingen van stoppen echt killing kunnen zijn. Ik weet ook dat antidepressiva voor veel mensen een fantastisch uitzicht zijn in een uitzichtloze situatie. Maar ik weet ook dat artsen helemaal niet precies weten hoe ze werken, wat er allemaal mis kan gaan en welke impact langdurig gebruik op je hersenen heeft.

Het zit vast in mijn hoofd…lul

Dus ik zet door. Ook met mijn huidige huisarts, al vind ik hem een ontzettende lul momenteel. Maar misschien is dat wel één van die dingen waarvan je denkt dat die komen door het stoppen met die pillen en zit het allemaal gewoon in mijn hoofd. Wie weet.

Geschreven door Janine Moor

Een depressie is een vermoeiend ding. Misschien is gedeelde smart echt halve smart. Daarom deel ik mijn ervaringen met jou.

Comments

Zeg het maar

Loading…

Comments

comments

Nooit meer chaos door het gebruik van een Bullet Journal

PostNL dit kan echt veel beter en dat ligt aan jou