in

Flamoes

Ik heb eens, een poos geleden, een flink deel van een wandeling besteed aan een discussie met een vriendin over hoe zij de ‘geslachtsdelen’ van haar dochters moest benoemen. Ik bedoel, ‘geslachtsdelen’ klopt al niet in combinatie met een dreumes.

Toen mijn dochter begon te praten kwam bij ons ook de vraag op. Hoe noemen we Het? Want: niemand kijkt op als een jochie het over zijn piemel heeft, maar een tweejarig meisje dat vagina zegt? Daar klopt iets gevoelsmatig niet.

Ik ging erop letten, vroeg eens rond en hoorde dat vrienden, familie en kennissen vrijwel allemaal piemel gebruikten voor hun (klein)zoon. Voor de dochters werd een heel blik woorden opengetrokken. Blijkbaar hadden meer mensen een ander woord nodig. Plasser(tje), spleetje, mutsie, gleuf, poes, doosje, poenie (Surinaams), fluitje, fifi of zelfs kutje (?!). Voor mij woorden die te suf, stom, volwassen of grof waren of gewoon geen recht deden aan het vrouwelijk edele deel.

In die periode las ik een Dimitri Verhulst. Mijn oog viel op flamoes. Flamoes? Flamoes! Natuurlijk! Die Vlamingen kunnen veel dingen beter dan wij – en mooie woorden bedenken is daar een van. Flamoes. Perfect.

Bovendien snapt iedereen meteen waar ons dochtertje het over heeft. We krijgen zelfs complimenten op het woord. Je ziet zo’n ouder bijna denken: ‘Flamoes… Natuurlijk…!’

Comments

Zeg het maar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading…

0

Comments

comments

Wel/geen genen

Geheugenstoornis?