in

Ik tel tot drie

Met het vocabulair van mijn peuter is niets mis. Moeiteloos schakelt hij zelfs over van Fries naar ABN wanneer ik hem na een ‘overdracht’ weer voor twee weken bij me heb. Ik begrijp meestal wat hij me tracht duidelijk te maken, hetgeen frustraties voorkomt. Andersom daarentegen is een ander verhaal. Hoewel ik zelf vind dat ik over het algemeen vrij duidelijk ben, schijnt hem een andere mening te zijn toegedaan. Hij is immers twee en dus zegt hij gewoon ‘nee’. Of hij zet het op een traanloos geblèr.

Een twee drieInmiddels is deze fase ingecalculeerd en kan hij tegenwoordig zelfs mijn wenkbrauwen doen fronsen als zijn antwoord ineens afwijkt van zijn standaardrepertoire. Wellicht beseft hij zelf (ze zijn altijd slimmer dan je denkt) dat zijn derde verjaardag in aantocht is en dat hij zich niet meer kan verschuilen achter de ‘ik-ben-twee-dus-ik-zeg-nee-fase’.

Al met al zit het taaltechnisch wel snor met hem en richten we ons nu op de wereld van de cijfers. We tellen auto’s, eendjes, blokjes, mandarijntjes en kruidnootjes. Leren moet vooral leuk zijn, dus tellen we met Woezel en Pip, met de bruine beer in het blauwe huis, met Bert en Ernie en dus nóóit met de Teletubbies.

Ik probeer er een pedagogisch zo verantwoord mogelijke draai aan te geven maar kom ineens aardig in botsing met de door mijzelf geprezen methodiek. Met mijn eigen telvaardigheid probeer ik mijn peuter namelijk aan te geven hoe ver hij kan gaan waarbij mijn tot drie tellen ineens een stuk minder leuk is.

“Dennis, ik tel tot drie en anders mag je naar de hal”, meld ik hem nadat ik hem al diverse keren heb gesommeerd aan tafel te komen.

“Één” (Waarschuwing)
“Twee” (Je speelt met vuur)
“Drie” (Te laat)

Provocerend rijdt hij met zijn autootje over de bank totdat hij me met grote passen op zich af ziet komen. “Dennis eten” sputtert hij uiteindelijk wanneer ik hem onder hevig protest richting hal dirigeer. Het kost me moeite consequent te zijn, maar met dit dwingelandje in de dop dien ik nu eenmaal op mijn strepen te staan. En na één en twee komt immers drie, aldus menig tv-figuurtje.

Terwijl het aan de ene kant van de deur lijkt of er iemand ritueel geslacht wordt, houd ik aan de andere kant de klink vast om een ontsnappingspoging te verhinderen. Maar de aanblik op mijn bord lasagne maakt me week. Na minder dan een halve minuut wint de honger het van mijn strengheid en bevrijd ik hem uit zijn isolement.

Eenmaal aan tafel tergt hij me opnieuw door niet te willen eten.

“Dennis, ik tel tot drie! Één……….”
Ditmaal kiest hij eieren voor zijn geld. Lasagne eigenlijk.

’s Avonds voor het slapen gaan lezen we een verhaaltje en zingen we liedjes.

“Zo doet de duizendpoot die schoenenpoetser is” zing ik hem voor. “En dat is…..?”
“Één” zingt hij vrolijk verder.
“En dat is……?”
“Vier” vult hij me verder aan.

Zelfs na enkele pogingen blijft hij stug volhouden en skipt hij al dan niet bewust de cijfers die na nummer één komen.

Mijn peuter. Bijna drie. En nu al een fobie.
Goed bezig papa!

Comments

Zeg het maar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading…

0

Comments

comments

Breng wat meer kunst in je leven!

Verwachtingen: drijfveer of vijand?