in

Een 16-jarige knaller

Gastblog Anita StoorvogelPubers tja… daar is al veel over gezegd en geschreven. Maar voor iedere ouder voelt het toch weer anders. Ik heb er twee; een van dertien en een van zestien jaar. Totaal verschillende types, qua uiterlijk en qua innerlijk. Naar verluid kunnen mensen toch wel zien dat het broertjes zijn en ik kan je ook verzekeren dat dat klopt.

De zestienjarige zit ‘er’ nu echt middenin. Het ene moment richt ik mijn blik radeloos naar de hemel en het andere moment merk ik tot mijn verwondering dat ik al een vrij volwassen gesprek met hem kan voeren. Dit jaar had hij eindexamen gedaan. De dagen daarna genoot hij van zijn vrije dagen. Ik wat minder; hij des te meer.

Zo ook op die dinsdagmiddag. Het was mooi weer, en hij had met vrienden afgesproken bij de recreatieplas. ‘Dag mam!’ riep hij als afscheid met zijn zware mannenstem. ‘Tot straks, veel plezier!’ riep ik bijna automatisch. Ik liep de tuin in en hoorde hem op zijn brommer wegrijden.

Nog geen vijf minuten later ging de deurbel. Twee vrouwen aan de deur. Zucht. Een collecte, midden op de dag? Ik opende de voordeur. ‘Schrik niet, maar je zoon heeft een ongeluk gehad.’ Schrik niet? Oké, nee hoor, zal ik niet doen… Mijn hart stond stil en heel rationeel maar trillend als een rietje greep ik mijn autosleutels, schoenen, handtas en deed ik de schuifpui op slot. ‘De ambulance is er al hoor…’

Was dat als geruststelling bedoeld?! Het was hier om de hoek. Wezenloos ging ik ernaar toe… Het beeld dat ik toen zag staat voorgoed op mijn netvlies gebrand. Een stukje verderop zag ik de blauwe zwaailichten van zowel ambulance als politieauto en toen ik er naartoe liep, zag ik tussen de auto’s in mijn grote, sterke zoon roerloos op straat liggen.

Dat is dan zo’n moment dat je met je neus op de feiten gedrukt wordt. De liefde golft met stromen door je lichaam. Hij keek me aan en die blik was het meest diepe contact tussen moeder en zoon wat denkbaar is. Hoe mooi en intens was die ervaring, en dat op zo’n afschuwelijk moment. Het leven is bizar.

Na een grondige medische check bleek hij een engeltje op zijn schouder te hebben gehad. Zijn brommer was rijp voor de stort, maar hijzelf kwam er vanaf met wat lichte kneuzingen en flinke schaafwonden, die vanzelf moesten helen. Ik mocht hem mee naar huis nemen.

Het diepe, innige gevoel hield daarna aan. Ook al zei hij niet veel, dat zou ook niets hebben kunnen toevoegen. Tjonge, jonge, wat houd ik van hem. Hoe kan ik dat soms vergeten op de dagen dat hij mijn geduld uittest tot het uiterste. Vanaf het moment van het ongeluk weet ik dat wij een innige band hebben die dwars door alle puberperikelen heen loopt. Hoe warm en waardevol voelt dat! Het zit wel goed. Het komt ook wel goed.

Comments

Zeg het maar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading…

0

Comments

comments

Help! Ik heb een anaerobe hardloopdip

Plop, de dode kikker