in

God is terug bij af

bobbie oranje‘Gottedomme!’ Het komt uit de mond van dochter Bobbie (3), die haar poffertjes op de grond laat vallen. De poffertjes horen bij Koningsdag. We hebben de hele dag oud-Hollandse spelletjes gedaan, in de ijdele hoop de kinderen Nederlandse tradities (ofzoiets) bij te brengen in ons verder Nederlander-loze dorp. We hapten koek, maar dan met marshmallows. We spijkerpoepten, in een enorme plastic fles met een enorme opening. En we speelden vrij lang Monopoly. Niet omdat het een typisch oud-Hollandsch spel is, of omdat we er extreem van genoten, maar omdat de kindervariant eindeloos kan duren.

‘Bobbie! Dat zeggen we niet hè!’ spreek ik haar vermanend toe. Terwijl, van wie heeft ze het? Precies, van man J. Of, nou ja, dat is gelogen natuurlijk en liegen? Liegen is nog erger dan vloeken of iets stouts doen en overigens ook veel erger dan opvoeden in de derde persoon.
‘Is God dood eigenlijk?’ Ik verslik me in een poffertje en zeg tegen dochter Lucie (5), dat ik daar even over na moet denken. Ik kijk vragend naar man J., die zogenaamd volledig opgaat in zijn poedersuiker. Hoe leg ik nou weer uit dat iemand die – volgens ons – nooit bestaan heeft, ook niet dood kan? Ik wil zeggen dat we geen konijn hebben en omdat we geen konijn hebben, kan ons konijn ook niet dood. Maar voor je het weet hebben we het over konijnen. En een konijn staat hoog op de verlanglijstjes, dus dan heb ik het eigenlijk liever over God. Of de dood.

‘Wat denken jullie dat dood is?’ vraag ik.
‘Dat je niets meer kunt’, zegt Boris.
‘Heel goed!’ zegt man J., die vervolgens zijn poedersuikermond al open doet om uit te leggen wat dood precies is. Maar hij herpakt zich – misschien realiseert hij zich dat we er allemaal van uitgaan dat hij wel weet wat dood is – en stelt een vraag:
‘Wie gaan er bijvoorbeeld dood?’
‘Oude mensen’, zegt Boris.
‘Ik weet het, ik weet het!’ roept Lucie. ‘Kleine oma, die ging dood en kleine opa is al heel oud hè?’ Een vraag is immers een prachtig middel om een goed antwoord te geven.

Ik vraag de kinderen of alleen oude mensen dood gaan. Met die vraag weten ze ook raad. De nare ziektes en wie er allemaal wel niet dood kan (kleuters! baby’s!), vliegen over tafel. Hmm ja, een goed antwoord geven is één, de juiste vraag stellen een tweede. Het is maar goed voor de samenleving dat ik geen juf ben.
‘Uiteindelijk gaan we allemaal dood’, zegt man J. plotseling opgewekt.
‘Dus God ook?’ vraagt Lucie. En zo zijn we terug bij af.

Written by Xaviera Ringeling

Serieel site-bouwer. Publisher, contentspecialist, kattenvrouwtje, mofo lady, ondernemer, terrashanger, dut-koningin.

Comments

Zeg het maar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading…

0

Comments

comments

5 gedachten die je niet snel deelt

Ochtenden