Vleinamen

lettersFardau en Djurre. We hebben onze dochter en zoon, vinden we zelf, prachtige oud-Friese namen gegeven. Er is goed over nagedacht. Zelfs de betekenissen staan keurig op hun geboortekaartjes vermeld: vrede én kostbaar. Toch gebruik ik hun namen zelden. Ik weet het, het is pedagogisch onverantwoord, maar het liefst gebruik ik de meest onwaarschijnlijke koosnaampjes.

Het is een familietraditie. Mijn drie broers en ik noemen elkaar nog steeds niet fatsoenlijk bij onze werkelijke namen. Frank heet ‘Fransoos’, Edward heeft jarenlang ‘Od’ moeten pruimen en Martin heet sinds mensenheugenis ‘Menske’. Als het de spuigaten uitloopt, ben ik een hele stapavond lang ‘Bertioosus’. Ik moet het er mee doen. En daarbij: een vleinaam is eervol. Niet iedereen verdient er een.

Van pupse naar oepidoepi
Ook bij mijn kinderen kan ik het niet laten. Hun koosnaampjes ontstaan, raken uit de mode en ‘muteren’ naar een nieuwe variant. Een taalkundige zou ervan smullen: de troetelnamen van mijn kinderen ondergaan klanksprongen waarover een gemiddelde taal eeuwen doet.
Fardau (6) begon als ‘poppetje’, dat werd later ‘pupse’, ‘upse’, ‘upsedupse’ en ‘oepidoepi’. Nu ze wat groter is kan ik het niet laten om haar ‘FarFar’, ‘Farretje’ of ‘Farizee’ te noemen. Zij maalt er niet om. ‘Maar als ik later groot ben, dan noem je me gewoon Fardau!’ Ik beloof het haar met tegenzin.

De koosnaam van mijn zoon (3) kende een ander linguïstisch traject. Hij begon ooit als ‘djurrieman’ en dat werd ‘schurkieman’, ‘schurkje’, ‘djurkie’, ‘djuppie’ om te eindigen bij ‘puppie’. En die naam gebruik ik het liefst. Dat komt omdat hij mij met z’n lange blonde haren, trouwhartige ogen en soms ondeugende blik aan een schattig labrador-pupje doet denken.

‘Djur-re Kó-vus!’
Niets mis mee zou je denken. Maar mijn zoon staat daar anders in. Een tijd geleden was ik met hem in de auto op weg naar de supermarkt. Midden in een gesprek noemde ik hem liefkozend ‘puppie’. Tot mijn verbazing, hoorde ik hem fronsen op de achterbank. Na een paar onheilspellende tellen explodeerde er een vat peuterfrustratie.

‘Papa: ik HÉÉT geen puppie ik HEET ‘Djurre Kovus!’…… ‘Djur-re Kó-vus!’ Het bleef even stil in de auto. Ik stamelde wat positiefs over het gebruik van koosnaampjes, en moest wat lachen omdat ‘ie z’n achternaam zo mooi verbasterd erbij plakte. Maar ik kon niet anders dan hem gelijk geven. Djurre is zijn naam. Daar heeft hij recht op.

Sindsdien doe ik mijn best. Maar het blijft lastig. Bijvoorbeeld als ‘ie ’s avonds prachtig in z’n bedje ligt. Dan fluister ik hem in z’n oor: ‘lekker slapen lieve, lieve pupje.’

Gisteravond sloeg ‘ie z’n ogen op. Hij wankelende nog met z’n woorden, maar de boodschap was er niet minder om:
‘Ik HEET Djurre Kó-vus….’ Ik streek hem door z’n haren en verbeterde mezelf: lekker slapen… Djurre Kovús…
Pas daarna sliep hij tevreden verder.

Avatar

Written by Xaviera Ringeling

Serieel site-bouwer. Publisher, contentspecialist, kattenvrouwtje, mofo lady, ondernemer, terrashanger, dut-koningin.

Comments

Zeg het maar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading…

0

Comments

comments

Parttime werkende manager vaak moeder

Kledingstress