in

Morgen komen de vragen

kerkhofHet is hun eerste begrafenis. De band tussen mijn kinderen en oma Anj was dun. Zo gaat dat als er meer dan negentig jaar leeftijdsverschil is. Bovendien, mijn oma was geen knuffeloma. Voor mijn kinderen was Anj vooral een ineengeschrompeld oud vrouwtje in een rolstoel, in dat grauwe gestapelde gebouw waar nog veel meer oude mensjes in rolstoelen sliepen en waar je lekker onder tafels kon kruipen.

We hebben de kinderen voorbereid. R. had een scenario in de vorm van een tekening gemaakt, van hoe de dag eruit zou gaan zien. Ze tekende een kerkje en een groep kruisjes met een hek eromheen en een tafel met daarop koffie en vlaai.

Wij zitten op het kerkbankje. Dochterlief is wiebelig. Soms legt ze haar hoofdje tegen me aan en geeft mijn hand kusjes.
‘Ik vind jou lief’, zegt ze.
‘Ik jou ook’, antwoord ik.
‘Waar is oma Anj?’, vraagt ze.
‘Weet je nog, de tekening die mama gemaakt heeft’, zeg ik.
Ze lacht.
Ze verveelt zich.

Familiewortels
Aan de koffietafel is het allesbehalve dringen, mijn familie is klein aan de kant van Anj. We zijn in de dorpskroeg waar oma vroeger zelf nog werkte. Hier liggen de wortels van mijn familie. Waar je ook kijkt, je struikelt erover.
‘Jongen toch, kijk toch eens. Je bent niks veranderd’, hoor ik een oud vrouwtje zeggen. Ik weet haar naam niet meer. Natuurlijk ben ik wel veranderd, maar ik wil er geen punt van maken.

Ik zit tegenover een nicht van mijn vader. Ik probeer haar in mijn geheugen terug te vinden, maar ze is er niet meer. Samen lachen we om oma. Dochterlief propt een homp abrikozenvlaai naar binnen en vraagt met volle mond wanneer we oma nou gaan ingraven. Zo noemt ze dat. Zoonlief vertelt iedereen dat hij met z’n neefje tegen een muur op de mannenplee heeft geleund. Het was de plasmuur. Ze waren aan het uitrusten zegt hij.
‘Die hebben we thuis niet; hoe moet ik weten dat het een plasmuur is’, merkt hij terecht op.

Afscheid
Veel wordt er niet meer geplast tegen de muur. De dorpskroeg is allang niet meer wat ze was. Mensen komen er nog om de dood te herdenken en witte broodjes met kaas te eten. Een uur en een paar minuten later staan de eerste gasten één voor één op en nemen afscheid. De meesten zal ik nooit meer zien, ook al zeggen we tot ziens. De overgebleven vlaai en wat broodjes zijn voor ons ingepakt.

We rijden terug naar huis.
R. probeert het nog één keer uit te leggen. Het ‘je wordt geboren en als je oud bent ga je dood’-verhaal. Dat je ook jong kunt sterven, daar reppen we maar even niet over.
Mag ik nog een zwarte’, vraagt hij. ‘En ik een witte’, vraagt zij. ‘Ja, mama, mag dat?’
De Tikkels in het handschoenenkastje zijn nu belangrijker dan de dood.
Morgen komen de vragen.

Written by Xaviera Ringeling

Serieel site-bouwer. Publisher, contentspecialist, kattenvrouwtje, mofo lady, ondernemer, terrashanger, dut-koningin.

Comments

Zeg het maar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading…

0

Comments

comments

Van huis uit

Examenperikelen