in

Opa Joop en de raket

Tranen met tuiten huilt ze ineens…

Al twee jaar lang zaten we min of meer op het moment te wachten. Op het moment dat het lichaam van Opa Joop niet meer kon – en zijn hoofd ook de strijd staakte. Het is een verschrikkelijk rotwoord, maar het is een nog vreselijker ziekte. Kanker.

Een aantal flarden die ik me herinner van de laatste weken. In niet helemaal willekeurige volgorde.

De onvermijdelijke vraag spookte ook al heel lang door onze hoofden: hoe en wat met de kinderen, als opa overlijdt? Wat vertellen we en hoe vertellen we dat? We besloten uiteindelijk om het vooral aan henzelf over te laten en vooral om vooraf er niet teveel over te praten. Dus, als we naar Oma Moesje en Opa Joop gingen, dan was het: “Wel een beetje rustig doen, want opa is heel erg ziek!” Daar hielden ze (zij, 4 en hij, 6) zich overigens opmerkelijk goed aan.

Toen opa uiteindelijk na een slepend ziekbed – en een slopende strijd de laatste twee weken – uiteindelijk zijn ogen voorgoed sloot, belandden we in een achtbaan van emoties en regelwerk, maar er was opeens ook veel rust. Want nu pas merkten we hoeveel de ziekte ook op ons gezin invloed had gehad.

Aan kleine dingen, bijvoorbeeld. “Slaap je nu de hele nacht thuis?”, vroeg dochter aan mijn vrouw, die de laatste tijd regelmatig bij haar moeder had overnacht en altijd als ze thuis sliep vertelde dat ze niet zeker wist of ze ‘s ochtends ook aan de ontbijttafel zou zitten.

“Opa”, zei zoonlief, toen hij hem een hand gaf en hem een ‘goede reis’ wenste. Een wens die we elkaar altijd toespraken als we de hand schudden na afloop van een ziekenbezoek. Dit keer wisten vrouw en ik dat het het laatste bezoek zou zijn, opa wist dat ook. “Opa, als jij dood gaat, dan wordt jij een sterretje. En als de maan ‘s avonds dan heel hard schijnt, dan weet ik dat jij daar bent.” Amsterdamse praatjesmaker als hij was, speelde opa er ondanks dat het moment ook voor hem vol emotie zat mooi op in. “Ja, maar het is wel een hele klim. Hopelijk is de ladder van opa lang genoeg.”

Dochter is een paar dagen later druk aan het kleuren. “Dit wordt een tekening van opa.” Ze tekent een bol hoofd en zet er hartjes omheen. “Moet die met opa mee?”, vraagt mijn vrouw aan haar. “Ja!” “Dan moet je de tekening vastmaken aan een vlieger, want anders komt hij niet in de ruimte terecht”, komt zoon tussenbeide. Dochter: “Nee, hij moet met de raket mee, want met een raket kun je naar de maan!”

De laatste reis is begonnen, opa gaat met de lijkwagen naar het crematorium. Wie dat wil, mag helpen de kist dicht te schroeven. Dochter en zoon helpen ook. Vlak daarvoor aaiden ze opa nog één keer over het gezicht. Bang waren ze niet, verdrietig uiteraard wel. Dapper houden ze zichzelf, ook deze laatste dag. Natuurlijk vloeit er een traan, maar als ouders kunnen we alleen maar trots op ze zijn. Zoon is nieuwsgierig naar hoe dat nu precies functioneert, zo’n lijkwagen. “Wat een mooie, lange auto!” De rolletjes waarop we de kist de auto in zullen schuiven – ook ik had dit nog nooit van dichtbij gezien – krijgen van de techneut van ons gezin een nadere inspectie. Daarna gaat hij naast de chauffeur staan, wachtend op de kist, die we met z’n allen naar binnen dragen. Keurig in het gelid, handen gevouwen voor de buik. Precies zoals de chauffeur ook eerbiedig staat. “Wat een pienter mannetje”, zegt de chauffeur later tegen mijn schoonmoeder.

“Willen jullie opa nog een keer zien?” De vraag moesten we stellen. Hij lag opgebaard in de aula van het dorp en we zouden er als familie nog een paar keer naartoe gaan. Tranen met tuiten huilt ze ineens… Wij denken vanwege verdriet om opa’s dood en troosten haar.

“Wat is er, meisje?”

-Ik wil niet…

“Wat wil je niet?”

-Ik wil niet met de raket de ruimte in naar opa bij de sterren.

Written by Xaviera Ringeling

Serieel site-bouwer. Publisher, contentspecialist, kattenvrouwtje, mofo lady, ondernemer, terrashanger, dut-koningin.

Comments

Zeg het maar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading…

0

Comments

comments

Zieke kinderen en dat vaders dat toch beter snappen

Van huis uit