in

Logeerhond

BasilOnlangs vroeg iemand mij tijdens een borrel of ik een hondenmens of een kattenmens was. Daar hoefde ik niet lang over na te denken: een hondenmens. Vroeger hadden wij thuis een hond. Dat beest had weliswaar zijn eigenaardigheden, maar hij was wel prettig in de omgang. Mijn zus had een aantal jaren later een zwaar psychotische kat, een die iedereen de stuipen op het lijf joeg. Sindsdien bekijk ik alle katten met de nodige argwaan.

Vraag mijn vrouw naar haar voorkeur en zij zal antwoorden: kattenmens. Honden blaffen, springen tegen je op, soms stinken ze, je moet ze in weer en wind drie keer per dag uitlaten en dan moet je ook nog hun poep opruimen.
Duidelijk dat er hier in huis sprake is van een patstelling. En daar kunnen wij prima mee leven.

Toen een aantal jaren geleden de roep van onze kinderen om een huisdier sterker werd, waren we het snel eens: het werd een konijn. Zorgen voor een huisdier, verantwoordelijkheid nemen, maar af en toe ook knuffelen, wij zagen de pedagogische voordelen wel. Daarbij zat Japi -genoemd naar Nescio’s uitvreter- altijd buiten in zijn hok. Geregeld liep hij ook onder het toeziend oog van mijn dochter los door de woonkamer. Alleen die keer dat hij de telefoonkabel doorbeet en wij dagenlang niet bereikbaar waren, waren wij even wat minder blij met hem.

Nu worden huisdieren onvermijdelijk ouder en op een dag gaan ze dood. Ons konijn lag uitgerekend op 4 oktober levenloos in zijn hok. En uitgerekend in een periode waarin onze dochter hevig begon te puberen, ons vooral zag als tegenstanders en in Japi in ieder geval nog een trouwe medestander had. Dat er na Japi geen ander konijn zou komen was vrij snel duidelijk. Een poes kwam er ook niet, nadat na diverse logeerpartijen bij vriendjes was gebleken dat mijn zoon allergisch is voor poezen. Bijna was mijn vrouw overstag gegaan, maar uiteindelijk kwam er ook geen hond. Af en toe deed mijn dochter nog een poging om een kat of hond in huis te krijgen. Tevergeefs.

Tot twee weken geleden. Mijn zus was een week met vakantie en vroeg ons of wij op haar hond wilden passen. Een jong beest dat moeilijk alleen kon zijn en dus de godganse dag achter je aan bleef lopen. Niet blaffend, nauwelijks springend, dus verder niet echt hinderlijk. Mijn zoon voelde zich vooral verantwoordelijk. Voortdurend maakte hij zich zorgen of het beest wel voldoende at. Mijn dochter zag hem vooral als troeteldier. Aaien, knuffelen en met een kinderstemmetje tegen hem praten.
Inmiddels is hij al weer een week weg. De discussie om zelf weer een kat dan wel hond in huis te nemen, is tot nu toe uitgebleven. Kennelijk hebben we ons allemaal neergelegd bij de patstelling. En kunnen we daar prima mee leven.

Written by Xaviera Ringeling

Serieel site-bouwer. Publisher, contentspecialist, kattenvrouwtje, mofo lady, ondernemer, terrashanger, dut-koningin.

Comments

Zeg het maar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading…

0

Comments

comments

Ochtend

10 redenen om niet aan kinderen te beginnen (en 1 reden waarom je het wel moet doen)