in

Metaalmoeheid

1000px-Face-grin-braces.svgMet een puberzoon in huis ontkom ik niet aan de daarbij behorende eigenschappen: recalcitrant en onverschillig gedrag, jeugdpuistjes, een beugel… Alle ingrediënten voor een volwaardige puber zijn aanwezig bij de mijne.

‘Ooit krijg je het allemaal een keer terug’, waarschuwde mijn moeder mij lang geleden. Hierbij smalend refererend aan mijn eigen jeugd. Maar ik kan me met de beste wil van de wereld niet herinneren dat ik ooit ergens een dergelijke ongeïnteresseerdheid en balorigheid vertoond heb. (Toch, mam?) Ook een ernstige vorm van jeugdpuistjes is me, op een enkele witte kop en een plek op de spiegel na, bespaard gebleven.

Jordi zijn beugel roept daarentegen wèl herinneringen op. Herinneringen die me allerminst doen verlangen naar de tijd van weleer. Ik kreeg mijn beugel op mijn twaalfde verjaardag. Een buitenbeugel welteverstaan, één van de meest memorabele cadeaus ooit. Mijn orthodontist had vingers zo dik als mijn bovenbeen. En om de twee weken, als mijn mondhoeken net weer genezen waren van mijn laatste bezoek, kreeg de beul het voor elkaar er weer zes of zeven tegelijk in mijn puberporum te proppen.

Een dergelijk traject doorloopt Jordi nu ook. Ware het niet dat de praktijk, waar hij onder behandeling is, wel een ruimtestation lijkt in vergelijking tot de mijne in de vroege jaren tachtig. Wat er nog aan ontbreekt is een lopende band waarop de doelgroep gedwee vanuit de wachtruimte wordt getransporteerd naar de behandelruimte. Maar zowel het aanmelden als het maken van een vervolgafspraak is volledig geautomatiseerd wat de aanwezigheid van ouders volstrekt overbodig maakt.

Het epicentrum van de praktijk is een werkplaats waar een rij veelal puistige pubers met open mond en dichtgeknepen vuisten zijn lot ondergaat. Plaatsen, reviseren of verwijderen… het is lood om oud ijzer, hier worden alle voorkomende hekwerkzaamheden verricht.

Ooit begon Jordi met een zogenaamde spin: een kaakverbreder die tweemaal daags aangedraaid diende te worden en mij van behulpzame vader linea recta tot meedogenloos folteraar degradeerde. In een tijdsbestek van een paar weken had hij een spleet tussen zijn voortanden waar hij zijn eten door naar binnen kon duwen zonder zijn kaken te bewegen. Na de spin kwam de blokjesbeugel en brak er een periode aan waarin maar de helft van de door hem genuttigde maaltijden op het moment zelf werd verteerd. De andere helft bleef ter decoratie hangen achter het edelmetaal, om in de loop van de avond als tapas geconsumeerd te worden.

Al met al deed de beugel zijn werk en is de dag nu aangebroken dat hij er definitief afscheid van mag nemen. En na er een aantal jaren mee door het leven te zijn gegaan is mijn puber inmiddels ook behoorlijk metaalmoe. Als we het erover hebben geniet ik van zijn stalen, puberale glimlach. Ik neem het beeld in me op, ervan bewust dat ik deze aanblik niet meer zal zien.

‘Klaar’, whatsappt hij me wanneer hij klaar is bij de orthodontist. Niet heel veel later wacht me zijn stralende, witte lach. Eén die ik nooit meer zal vergeten.

Op de vraag of het zeer deed antwoordde hij schouderophalend. Puberale onverschilligheid? Of zelfs zonder metaal in zijn mond gewoon een kerel van staal? Ik hou het in dit geval op het laatste.

Written by Xaviera Ringeling

Serieel site-bouwer. Publisher, contentspecialist, kattenvrouwtje, mofo lady, ondernemer, terrashanger, dut-koningin.

Comments

Zeg het maar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading…

0

Comments

comments

Nattigheid

Vriendjes voor het leven?