in

Rekenen

rekensomHij moet een jaar of dertien zijn geweest. Nathan kwam thuis en ik zag aan zijn neus dat er iets aan de hand was. Nathan gaat naar het speciaal onderwijs vanwege een cerebrale parese, een aangeboren spieraandoening. Op school, hij zit in de brugklas, doet Nathan net als zijn klasgenoten alles in zijn eigen tempo. Zo kan hij met Nederlands prima meekomen – hij is behoorlijk ‘talig’, zullen we maar zeggen – en ook bij vakken als geschiedenis of aardrijkskunde doet hij niet onder voor een doorsnee middelbare scholier.

Rekenen is een crime voor Nathan. Je ziet hem pezen als hij bezig is met zijn rekenwerk, maar hij weet dat die uitkomst uiteindelijk niet onder de streep komt de staan. Dat frustreert hem bij vlagen enorm, maar die dag was zijn verdriet hartverscheurend. “Ik krijg zo nooit een baan!”, riep hij door zijn tranen heen. “Ik weet niet eens hoeveel vijf gedeeld door negen is! En mijn handschrift ziet er ook niet uit!”

Ik ben niet op mijn mondje gevallen. Nathan heeft zijn vlotte babbel niet van een vreemde. Ik heb mijn woordje meestal wel klaar. In dit soort gevallen moet ook ik mijn register aan goede argumenten ver opentrekken. Ik laat hem wat begaan. Nathan kon zich als kleuter heel eenvoudig over zijn handicap heen zetten. Met het grootste gemak liet hij andere kinderen veel harder rennen dan hij, het deerde hem niet.

Daardoor ontwikkelde hij wel een talent waar hij zijn leven lang profijt van zal hebben. Nathan kan als geen ander mensen voor zich winnen. Wie niet sterk is, moet immers slim zijn. Met zijn blauwe ogen heeft hij al heel wat juffen, meesters, remedial teachters en andere zorgverleners om zijn vinger weten te binden. Het maakt Nathan tot een heel innemend persoon.

Dat hij geen boekhouder zal worden, staat voor iedereen die Nathan ook maar een beetje kent als een paal boven water. Maar ook als Nathan niks zou hebben gemankeerd, zou hij geen loopbaan als accountant, administratief medewerker of financieel directeur hebben geambieerd. “Maar ik wil een eigen zaak”, snikt hij nog steeds. Ook het ondernemerschap heeft hij niet van een vreemde.

Terwijl ik Nathan probeer te troosten, realiseer ik me dat Nathan niet meer de kleuter is die alles maar laat begaan. Hij komt nu keihard zijn eigen tekortkomingen tegen en ziet in welk opzicht hij afwijkt van zijn hoogbegaafde broer of van andere kinderen in zijn omgeving. Ik moet de waarheid dus niet mooier maken dan hij is. We praten wat over de dingen die Nathan goed kan en gelukkig weet hij ook welke dingen dat zijn, zeker als ik weiger om ze voor hem op te sommen. “Als jij later in je werk kunt laten zien waar je goed in bent, dan komt het allemaal goed”, zeg ik. “Daar hoef je écht niet goed voor te kunnen rekenen, hoor!”

Ik merk dat Nathan wat op adem komt. Zijn frustratie is hij weer kwijt. “Fuck rekenen”, zeg ik en Nathan lacht. Ik ook.

Written by Xaviera Ringeling

Serieel site-bouwer. Publisher, contentspecialist, kattenvrouwtje, mofo lady, ondernemer, terrashanger, dut-koningin.

Comments

Zeg het maar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading…

0

Comments

comments

Wie sust de leeuwin?

Fotomodel in de dop? (De Tjam-tjams II)