Op vakantie naar IJsland: 7 tips die je op weg helpen

Brrr koud, was steevast de reactie als ik zei dat ik 5 dagen naar IJsland ging. Maar ja, dacht ik dan, dat is toch ook waarom ik ga. Gletsjers, het Noorderlicht en een dik pak sneeuw. Juist dat wilde ik meemaken en dat heb ik geweten.

Dat IJsland niet voor watjes is, mag duidelijk zijn. Het land van Fire and Ice, met slechts 4 uur daglicht in de winter, is adembenemend mooi, maar niet erg uitnodigend. Toch moet je er één keer geweest zijn. Dat kan in de winter – wanneer je de meeste kans hebt op het Noorderlicht. Maar ook in de zomer, al vind ik dat je dan eigenlijk een quitter bent.

Boekenwurm 1

Ik koos voor de winter – als een echte held – en nam speciaal voor jou 7 IJsland-tips mee terug. Zodat je je beter kunt voorbereiden dan ik. Al moet ik toegeven: slechter kan bijna niet.

Tip 1: Vergeet alles wat je weet over de kou

Aruba bezoek ik bijna jaarlijks. En elke keer dat ik erheen ga, gebeurt er bij het inpakken hetzelfde: ik zoek uit mijn kast mijn mooiste zomerjurken en rokjes en pak ze in met het idee dat ik zo de warmte wel kan trotseren.

Eenmaal daar, smelt ik al in de eerste 10 minuten volledig en ga naarstig op zoek naar een airco. De kleding die ik heb meegenomen blijkt totaal ongeschikt voor het weer in de Tropen, want de hitte die daar heerst kun je je vanuit je zolderkamer in Nederland helemaal niet voorstellen.

Datzelfde geldt dus voor IJsland. Voordat ik ging, kocht ik nog een winterjas, want ik realiseerde mij dat al mijn stylish jassen die ik gebruik om van binnen, naar de auto en weer naar binnen te wandelen, misschien niet warm genoeg zouden zijn. Ik nam ook extra dikke panty´s mee en goede winterjurken.

Maar de kou in IJsland maakt geen grapjes. Hoewel er binnen KEIhard gestookt wordt en je er dan warmpjes bijzit, is het buiten binnen een minuut of 4 gedaan met de moed. De kou trekt door de grond, via je voeten, richting je kuiten, langs je dijbenen, zo je ziel in. En eenmaal daar, krijg je hem niet meer weg.

De IJslanders hebben kou opnieuw gedefinieerd en alles wat je dacht te weten over de kou, kun je rustig in Nederland laten. Kleed je minimaal 3 keer zo dik als dat je van plan was en mogelijk houd je het dan vol.

Ik kocht onderweg een paar IJslandse handschoenen die me erg geholpen hebben. En ja, mijn winterjas was fijn, maar toen ik na de eerste dag in mijn koffer keek naar wat er allemaal in zat, moest ik bij nader inzien nogal lachen.

Zorg er dus gewoon voor dat alles wat je meeneemt overdreven warm is. Maar ook dat je het allemaal in laagjes opbouwt. Want zoals gezegd: buiten vries je je ballen eraf, binnen zweet je je reet los.

Tip 2: Laat je haar los

Yes, het hotel had een föhn. Fijn, want mijn haar gaat elke dag in de was. Een erg goede föhn was het natuurlijk niet en dus stond ik elke dag minimaal een kwartier mijn haar droog te blazen (tegenover de snelle 7 minuten die er ik er thuis over doe). Voor niks….zodra je naar buiten gaat moet je een muts op en het liefst daaroverheen nog een muts.

En zelfs wanneer je ervoor kiest om beide niet te doen, dan is er nog de regen of de sneeuw, of hagel en als die je niet pakken, dan is er nog de ijzige wind die je kapsel teniet doet.

En heb je net als ik krullen, dan is je nieuwe bijnaam nu pluisje.

Zelfs John Frieda kan hier niet tegenop, er zit dan ook niks anders op dan je kapsel los te laten. Al na de eerste dag mutsen, regen en pluisaanvallen, was ik het zat en besloot mijn haar verder gewoon te negeren.

Een geheel nieuwe ervaring voor mij, maar eentje waarvan ik zeker weet dat ik er nog profijt van ga hebben. Ik ben dus in staat om dat haar gewoon los te laten. Wie had dat kunnen weten.

Tip 3: Ze maken het bont. Negeer het maar.

Al op de eerste avond werd mij in de winkelstraat van het oude centrum duidelijk dat IJslanders een wel erg ongezonde fascinatie hebben voor het dragen van dode dieren. Aan alle kanten kwamen de bontjassen gedragen door mensen van alle leeftijden mij tegemoet. En ook alle winkels lagen vol met dierenhuiden, opgezet spul en jassen, mutsen, sjaals en meer van bont.

Bah.

Ja, we kunnen dat hele gesprek gaan voeren over het eten van vlees en dat het hypocriet is om dan tegen bont te zijn. Maareh…ik ben tegen bont.

Nu kan ik me voorstellen dat je denkt: dat is toch logisch daarzo, waarschijnlijk is dat gewoon over na de slacht van die dieren. Nee! De tourmevrouw vertelde ons dat al dat bont gewoon wordt geïmporteerd.

En een collega-tour-meneer vertelde daarbij nog eens dat IJsland nogal dik in de walvisvangst zit. Ook al zo onaangenaam.

Los van dat bont en walvissenjacht mij niet aanstaan, is er nog een andere reden dat ik dit alles opvallen vind: er werd namelijk bij elke tour gehamerd op natuurbehoud, opwarming van het klimaat, de toekomst, onze kinderen… en meer van dat soort gebeuren. Dat kon ik niet goed rijmen met de wollen mutsen die werden verkocht, met een bontbolletje erop dat geen enkel doel diende, maar wel van een vos kwam.

Maar goed, ik was er op bezoek en het is dan ook niet mijn plek om mensen op straat willekeurig te preken over het bont dat ze dragen. Al heb ik in het museum over gletsjers op het bordje waar ik een boodschap voor de gletsjers achter kon laten wel geschreven: “Stop wearing fur”. Maar of dat nou iets oplost…. de kans is klein.

Tip 4: Service, no smile

Zelf kom ik van een eiland dat leeft van toerisme. Aruba heeft het bedienen van toeristen volledig onder de knie: de service is over het algemeen excellent en bijna iedereen is er constant vriendelijk. Aruba is een soort Cool Blue van de Cariben.

Op IJsland groeit het aantal toeristen per jaar met 30%(!). Maar dat gebeurt pas sinds het uitbarsten van de vulkaan met de lange naam, want daarvoor ging niemand vrijwillig naar IJsland. Dat betekent dat men op het koude eiland nog moet leren hoe te leven in een cultuur die ook meteen een industrie is.

De bediening in IJsland is niet per se hartelijk of vriendelijk, glimlachen wil nog niet altijd lukken en de echte service moet men nog afkijken van eilanden zoals Aruba. IJsland is nu nog een beetje het UWV van Scandinavië.

Dat betekent overigens niet dat men er vreselijk is hoor. De mensen zijn best aardig en misschien ben jij er zo eentje die graag roept: “Ik houd niet van zo’n toeristische sfeer” terwijl je een boerenkool-smoothie maakt in je slow juicer, je man de bun aandraait en aan je gestileerde sik trekt. Nou, dan ben je in IJsland nog aan het juiste adres.

Als het toerisme zo blijft groeien, is de kans groot dat die authentieke sacherijn verdwijnt en dan moet je het doen met mensen die alles op alles zetten om jouw IJsland-ervaring de beste te maken. Maar voor nu kun je er nog terecht voor ouderwetsche Scandinavische kou.

Tip 5: garantie tot aan de deur

Dus je wilt naar IJsland en je wilt graag het Noorderlicht zien, de golden circle tour doen en natuurlijk walvissen spotten. Dus boek je al die uitjes bij je touroperator (of zelf) en denk je: “Dat heb ik mooi geregeld.” Ha…niet dus.

Ik was 5 dagen in IJsland. Door een sneeuwstorm viel de Noorderlicht-tour uit, werden tijdens de golden circle tour alle bergpassen afgesloten en moesten we 2,5 uur omrijden en lieten de walvissen zich tijdens het walvisspotten totaal niet zien, maar werd door het wilde weer wel ongeveer 80% van de passagiers zeeziek. Wat een club zuchtende, steunende, maar vooral kotsende mensen opleverde.

Kortom, dat je een tour hebt geboekt, betekent niet dat je het ook gaat meemaken. Niks is zo verraderlijk als het weer in IJsland en dat weer is vaak extreem.

Wil je toch zeker weten dat je naar walvissen kunt zwaaien? Dan is het aan te raden om een wat langere trip te boeken. Blijf twee weken hangen en de kans is groot dat je alles wel ziet. En geen zorgen: zie je op maandag het Noorderlicht niet, dan mag je het van de touroperators gewoon dinsdag weer proberen…gratis. Maar je moet dan dus wel genoeg tijd hebben om je planning aan te kunnen passen of gewoon lang genoeg blijven om de sneeuwstorm te zien zakken. Wees dus niet teleurgesteld als het allemaal niet direct goed gaat, boek ruim en blijf flexibel.

Ik heb uiteindelijk maar een walvis getekend op het briefpapier dat in mijn hotelkamer lag. Daarmee heb ik een walvis gezien in IJsland. Punt uit.

Tip 6: Pak je beste camera

Natuurlijk maak je hele mooie foto’s met je Samsung Galaxy of iPhone. Van die leuke kiekjes voor Instagram. Maar gletsjers, fjorden en ijswatervallen kun je echt alleen maar kieken met een echte camera.

De pracht van het barre IJslandse landschap is niet te beschrijven. De velden met sneeuw, de prachtige IJslandse paardjes die overal rondlopen, het Noorderlicht natuurlijk (al heb ik die dus niet gezien), de heuvels en dalen, de Blue Lagoon. Als je daar met je lullige smartphone rondloopt, baal je echt als een stekker. Alleen al omdat die foto’s vaak tussen alle onzin-selfies en foodporn picca’s verdwijnen.

Dus neem je Nikon Coolpix of – nog beter – vette spiegelreflex mee en ga aan de slag als een echte fotograaf.

Tip 7: Money, money, money

Wist je dat… het leven in Reykjavik duurder is dan in Amsterdam….WAT? JA! Aan IJsland is niks goedkoop. De reis vond ik meevallen en ook het hotel was te betalen, maar verder zijn de prijzen er hetzelfde of hoger dan hier.

En lust je wel een drankje, dan moet je die portemonnee nog verder opentrekken, want alcohol is pas echt duur. Een biertje moest in het hotel (misschien niet de beste plek voor een prijsvergelijking, maar toch) 8 euro kosten. Pfffff.

Maar dit kun je doen:

  1. Koop op weg naar buiten op het vliegveld in de Tax Free shop een fles van je favoriete drankje OF
  2. Ga naar één – of meerdere – van de vele Happy Hours die Reykjavik rijk is. Bijna élk café en restaurant heeft wel een happy Hour waar je 3 voor de prijs van 2 krijgt of een andere constructie.

Maar goed, ook naast alcohol is IJsland geen plek om te gaan shoppen, daarvoor moet je andere landen aandoen. Heel erg is dat overigens niet, want daarvoor ga je natuurlijk ook helemaal niet naar zo’n steenkoud eiland waar je het grootste deel van de tijd volledig bent ingepakt.

Mooi!

Mijn 5 dagen IJsland waren koud, prachtig, koud, gezellig, koud en interessant… en koud. De kans dat ik er nog eens heen ga, is klein. Niet omdat ik me niet heb vermaakt, maar het is wat mij betreft meer een land waar je eens geweest moet zijn en minder een vaste vakantiestek. Maar dát ik er geweest ben, daar heb ik absoluut geen spijt van. Finland, Groenland, Lapland en Noorwegen staan ook nog op mijn lijstje. Ja, voor een Caribische Nederlander ben ik best gek op de kou, dat klopt.

Wat is jouw IJsland-ervaring? En wat raad jij anderen aan?


497 views | Geschreven door