Berlijn 2005. Weer kent Duitsland grote werkloosheid, waardoor de bondskanselier nieuwe verkiezingen uitroept. In deze roerige dagen heb ik in Oost-Berlijn een ontmoeting die mij altijd is bijgebleven.

Het station heeft van die gelige, rode, protserige tegeltjes. Communistisch rood. Wij hebben ze niet in het Westen. Eenmaal in de metro lijkt het net of de Muur nooit helemaal gevallen is. Alleen de vele graffiti op de muren laat zien dat de tijd hier nooit echt heeft stilgestaan. Ik loop naar beneden. Het ruikt hier naar urine gecombineerd met een muf oma-zeepje. Struikelend over de bierblikjes en frietbakjes, zie ik een Slavische zwerver voorover gebogen op de grond. Een verfrommeld pakje shag in de smoezelige, aardsgrauwe linkerhand. In zijn rechterhand houdt hij een waarschijnlijk lauw biertje stevig vast. Wachtend op de volgende metro zie ik een oud baasje staan.

Boekenwurm 1

Hamer en sikkel

Onder het bord waar de naam van de metrohalte staat, inspecteren het oude baasje en ik elkaar van onder tot boven. Zelfs voor mijn 1.70 is hij niet al te groot. Hij draagt een opvallende, forse, Russische muts, met daarop een hamer en sikkel. Onder zijn lange pandjesjas een paar flitsende Nike-Air schoenen. Met de handen in de zakken, glunderend bij mijn verbaasde blik en kauwend op zijn hoestbonbon: “Lekker weertje is het, he!” Hoe kan je je kledingstijl meer contrasteren dan met een paar vet Westerse schoenen en iets wat zo overtuigend Oost-Europees is als een Russische muts? En dan toch begint deze curiositeit een standaardgesprek aan te knopen over het weer. Ik weet mij even geen raad en ook daar lijkt het baasje van te genieten.

De duivel draagt Nikies

“Ja das Wetter ist schon”, stotter ik. “Waar uit Duitsland kom je vandaan? Ik herken je accent niet”, zegt hij. Dat zegt hij toch wel beleefd. “Maar ik kom uit Holland”, reageer ik. De man kauwt nog steeds triomfantelijk op zijn hoestbonbon en reikt naar mijn handen. “Holland, ach so, noem mij maar Siegfried. Natuurlijk ken ik Holland, daar heb ik ooit gelegerd gezeten.” Voor het eerst in mijn leven stond ik dus oog in oog met een voormalige nazi. Je weet wel, zo’n eentje met geweer en helm uit de geschiedenisboeken. Roepende: “Befehl ist befehl!” De duivel zoals over werd verteld. En vandaag in Berlijn draagt die duivel flitsende Nikes en kauwt hij op een zoete hoestbonbon. Zo had ik mij een oud-nazi nooit voorgesteld.

Was het goed?

Vele vragen flitsen dus door mijn hoofd. Hoe moet dat geweest zijn? Schaamt hij zich niet? Waarom was hij vroeger een nazi? Siegfried slikt zijn hoestbonbon door en begint te vertellen: “Als de hele maatschappij verrot is, dan stellen mensen geen vragen meer, denken ze niet meer aan elkaar. Ze worden boos en laten zich gemakkelijk een loer draaien door die verteufelde leugenaars van politici. Of dat goed is, aber naturlich nicht. Maar het gebeurt nog steeds met die Jungs. Omdat alle partijen teleurgesteld hebben.”

Ooggetuige

Ik kom niet uit mijn woorden, maar weet uiteindelijk toch voor te leggen: “Zo’n keuze voor Hitler moet uw hele leven bepaald hebben.” En die aanname klopte, na de oorlog moest Siegfried als straf van de Russen mijnen gaan ruimen in Berlijn. En hij sleet een groot deel van zijn leven in Oost-Duitsland. Dus ik besloot de korte ontmoeting met een: “Eigenlijk heeft u alle zwarte bladzijden van Duitsland als ooggetuige wel meegemaakt.” Siegfried zal dat allemaal worst zijn: “Tja, vandaag ben ik onderweg naar de dokter. Dat zit me nu niet lekker. De rest is allemaal al gebeurd, Jung. Lust je nog een hoestbonbon?”


77 views | Geschreven door eindredactie