Het is pas half negen ’s ochtends als ik er gloeiend bij ben. Na jaren alles eten en drinken wat in mijn blikveld verscheen, is dit dan mijn preventiegesprekje over cholesterol.

Met handen dichtgeknepen en de rug kromgebogen tuur ik in de leegte van de lange gang. In het gareel, net zolang totdat de dokter roept. Ik buig klagelijk en voorover gebogen zie ik de blauwe marmoleum vloer. Je kunt er geen speld horen vallen. Het enige wat ik hoor, zijn mijn benen, rusteloos wiebelend.

Blog mee

Dikke horloge

Van verveling pak ik toch maar die Elsevier van tafel. Wat er in staat, is vergeten zodra mijn ogen de letters zijn gepasseerd. En ik denk aan het wachten, wachten, wachten. Op de foto van het interview pronkt een bankierstype met zijn dikke horloge om die forse pols. Dat is waar ook, hoe laat zou het eigenlijk zijn? Maar de klok schittert van afwezigheid. Zoekend naar het uurwerk leg ik het opinieblad naast mij neer op een stoel. Zijn kop schreeuwt op de voorkant van het magazine hard tegen mij: “Een zo snel mogelijke stervensbegeleiding.” Toe maar, en ineens kan ik de tijd laten rusten en schaam ik mij diep.

Naast mijn spanning, haast voelbaar, gaat namelijk een hoogbejaard echtpaar zitten. Dit kan je gewoon niet maken! Gegeneerd draaien mijn handen die Elsevier met zijn ‘stervensbegeleiding’ om. Wat is dit ongepast zeg. Jezus, heb ik weer. Ze hebben het niet gezien gelukkig, tenminste dat mag ik hopen. Zeker voor dat paar. Zeker voor mezelf. Het enige wat mijn gekmakende verveling doorbreekt, is mijn bejaarde buren in het geniep te observeren.

“Is mevrouw Mourinho hier?”, doorbreekt een dokter dat akelige ongemak in de wachtruimte. Grauw kijken het echtpaar en ik recht voor ons uit. Met hun benen tegen elkaar, verwarmen zij zich nog. Hun gouden ring waarschijnlijk al jaren vergroeid in de vele rimpels van hun ringvinger. Die rust maakt mij gek.

Ongepast?

Elsevier moet hier weg! Door adrenaline onbeholpen leg ik het blad paniekerig terug op tafel. Als ik een blik vang van die bejaarde vrouw, lach ik al strompelend en verontschuldigend om mijn huid te redden. Star en boos kijkt zij mij aan, hoe -ergens schattig en lief- zij zojuist ook tegen haar man aan leunde. Is die titel over ‘stervensbegeleiding’ haar dan toch opgevallen? Maar het pijnlijke ongemak wordt weer doorbroken na 10, 20 (of wat is het?) minuten. “Is mevrouw Mourinho hier?”

Dit begint mij erg ongemakkelijk te worden, dus misschien helpt een grap! “Stelt u zich nou voor dat mevrouw Mourinho aan verdwijningsziekte lijdt”, doorbreek ik het IJzeren Gordijn. “Of gewoon fobisch is voor dokters. Dan kan die doktersmevrouw tot in een eeuwigheid blijven roepen.” Haar man moet lachen, gelukkig maar, ik tel mijn zegeningen. Het blijft bij een koetje en een kalfje. Gekunsteld gebruik ik het om toch te vragen naar de verstreken tijd: “Zou-zou-zou ik mogen vragen, heeft u enig idee hoe laat het is?” Kwart voor negen, het spreekuur laat pas een kwartier op zich wachten…

Maar ik begin niet over mijn cholesterol tegenover het oudere paar. Dat zou gek zijn. Zeker als je begin dertig bent. Want wat ben ik blij dat ik van enige schaamte was bevrijd.

Gelukkig

Het is 8.48 als ik mijn naam hoor: “Meneer de Groot.” Eenmaal binnen volgt een gesprek dat gelukkig alles meevalt. En thuis? Thuis, ver van de stille ruimte, wachtte mijn mobiel al die tijd ongeduldig in de lader, om de rest van die dag weer al mijn aandacht en indrukken op te eisen.

 


83 views | Geschreven door