Als je drie keer vraagt aan je kind of je echt zijn banaan mag snijden. Als het zweet je uitbreekt bij de gedachte aan boodschappen doen. Als hem in bad doen een militaire operatie is: welkom in peuterpuberhel.

Met een pasgeboren baby staat je wereld ineens op z’n kop. Het is hard werken als ze zo hulpeloos zijn: gebroken nachten, borstvoeding, flesvoeding, krampjes, tandjes, spuitluiers. Maar na de eerste verjaardag van je kind kom je in rustiger vaarwater. Hij is mobieler, eet met de pot mee en kan enigszins duidelijk maken wat hij wil. ‘Hm, deze ouderschaps-shizzle gaat me best goed af’, denk je. ‘Ik heb dit onder controle.’ FOUT!

Blog mee

Tasmanian Devil

Wat je even bent vergeten, is dat je kind nog door de peuterpubertijd heen moet. Deze fase waarin ze ‘lekker ondernemend’ zijn, zet langzaam in als ze 18 maanden zijn, komt tot wasdom rond zijn 2e verjaardag en raast lekker door als een Tasmanian Devil tot zijn 4e, alles verwoestend wat op zijn pad komt.

Waar herken je de peuterpuberhel aan? Hier zijn de zes omens:

1. Nee is altijd een antwoord

Je kind kan net praten, schattig! Op alles zegt hij ‘ja’. Is mama de liefste? Volmondig ‘ja’. Smelt. Maar dan komt hij erachter dat hij ook ‘nee’ kan zeggen. De reactie die hij daarop krijgt is veel leuker. ‘Is mama niet de liefste?’ Pruil.

Vanaf nu is op alles zijn antwoord ‘nee’. Wil je een boterham? Wil je sap? Wil je je lievelingstrui aan? Wil je Cars kijken? Wil je met de blokjes spelen? Nee, nee, nee.

Maar ook als het geen vraag is, kun je nee zeggen. Kom het is bedtijd. Eet je groente op. We gaan tanden poetsen. NEE, NEE, NEE!

Als je wil testen of hij überhaupt nog ja kan zeggen, kun je vragen of hij een koekje wil. Werkt altijd. Maar dan moet je ook een koekje geven (want anders, zie punt 3).

2. Zwarte magie is een primaire functievereiste geworden

‘Zeg, moederpersoon, leuk hoor dat je mijn boterham van rechts naar links hebt gesneden, maar ik wilde hem van links naar rechts gesneden. Doe dus maar opnieuw. Hoezo kun je dat niet?!’ Start woede-aanval-sequentie. En dat brengt ons bij…

3. Boos worden is zijn oplossing voor alles

En dan bedoel ik niet armpjes over elkaar stilletjes mokken in een hoekje. Dan bedoel ik volumeknop vol open, stampen, krijsen, zichzelf dramatisch op de grond werpen: alles verwoestende (letterlijk) woede. Een aanval zo beangstigend dat je in de Gouden Gids gaat zoeken naar een exorcist.

Zo’n episode wil je koste wat het kost voorkomen, dus je wringt je in alle bochten om het hem naar de zin te maken en houdt je adem in als dat even niet lukt.

Overigens wil je je peuterpuber niet in alles zijn zin geven. Hij doet namelijk niet aan ‘voor deze ene keer’. Als hij nu op het bed mag springen, mag hij voortaan altijd op het bed springen. Sterker nog: dat is nu zijn default setting. Op bed = springen. Wil je dat gedrag later nog corrigeren? Succes. Trek het zwaarste geschut maar uit de kast.

4. Verlatingsangst in het kwadraat

Je hoeft maar te kijken naar je laptoptas of hij klampt zich jammerend aan je benen vast. Snotvlekken op je mooiste zwarte kokerrok maken deel uit van je nieuwe look. Naar het toilet voor een grote boodschap? Prima, maar dan gaat hij mee. Of hij krijst het hele huis bij elkaar aan de andere kant van de deur. Jouw keuze.

Koken doe je voortaan met één hand want op je andere arm sjouw je je hongerige peuterpuber rond. En je kunt er maar beter voor zorgen dat het eten nu klaar is of anders zie puntje 3.

5. Zelf doen zelf doen zelf doen!

Peuterpubers kunnen alles zelf, vinden ze zelf. Leg je erbij neer dat hij zijn sokken ondersteboven, binnenstebuiten en verkeerd-om aandoet. Dat ontbijten al snel een uur kan duren. Beter grijp je pas in als het echt link wordt. Als er scherpe messen en vlammenwerpers bij komen kijken bijvoorbeeld. En zet je dan schrap voor punt 3.

6. Slapen is voor watjes

Het is een superspannende tijd voor je kleine draak. Hij heeft nog zoveel te doen, zoveel te beleven in zo weinig tijd. Hij moet nog duplo bouwen, Cars afkijken, dierengeluiden oefenen, plannen smeden voor wereldheerschappij. Slapen doet hij overdag wel. Op het kinderdagverblijf.

Maar je kunt hem natuurlijk ook in bed laten liggen als hij ’s nachts wakker wordt en vermaakt wil worden. Ga direct naar 3, je komt niet langs start en ontvangt geen 100 euro.

Lichtpuntjes

Gelukkig schijnt er ook heel veel zon achter de wolken. Want 99% van de tijd – als je kind geen onuitstaanbaar, bloedzuigend peuterpubermonster is – laat hij zijn ware aard zien. Dan is hij de liefste, slimste, grappigste, meest inventieve persoon die je kent. Misschien 95% van de tijd.

En het is allemaal tijdelijk. Het is een fase waar ze allemaal doorheen moeten, heus. Ik weet dat je bang bent dat het nooit overgaat, maar na zijn 4e verjaardag is hij er echt vanaf. Dat lijkt nog ver weg en dat is het ook. Dus tot die tijd: helm op, ogen dicht en zet je schrap.

Wat zijn jullie wildste ervaringen met peuterpubers?


1.955 views | Geschreven door