Mijn liefde voor eten steek ik niet onder stoelen of banken. Ik neem bijna iedere dag uitgebreid de tijd om te koken en schotel visite het liefst één van mijn nieuwste creaties voor. Maar waar komt die liefde eigenlijk vandaan?

Het zaterdag ritueel

Iedere zaterdag namen mijn ouders uitgebreid de tijd om te koken. Het begon ’s ochtends al. Allerlei kookboeken werden tevoorschijn gehaald en doorgebladerd op zoek naar een nieuw recept. Daarna volgden de boodschappen. We gingen vaak de hele stad door op zoek naar een bijzonder ingrediënt. We moesten vaak naar de supermarkt, de toko en de Turkse supermarkt voordat we alle benodigdheden gevonden hadden.

Boekenwurm 1

Nadat alle boodschappen in huis waren, begon het echte werk: tijd om te koken. De groenten werden gesneden, het vlees gemarineerd en het deeg gekneed. Na een tijdje begon het heerlijk te ruiken in de keuken en kon ik niet wachten tot we eindelijk konden gaan eten. En dat duurde naar mijn zin altijd veel te lang! Op deze zaterdagen leerde ik al snel dat één ding heel belangrijk is bij koken, namelijk: geduld.

Een wereldreis vol nieuwe smaken

Mijn ouders namen me met het eten wat zij maakten de hele wereld rond. Zij leerden me de smaken kennen van het Midden-Oosten, Azië en Zuid-Amerika. Geen ingrediënt was te gek, niks was het uitproberen niet waard. De mislukkingen ben ik al lang vergeten, maar de successen staan in mijn geheugen gegrift. Lamsbout die uren had staan sudderen in de oven, versgebakken focaccia of verse frietjes met hachee. Allemaal even lekker, als ik er aan denk kan ik het bijna weer ruiken.

En daar op die zaterdagen in de keuken met mijn ouders is een ware kookgek geboren. Ik geniet intens van koken en eten. Het zoeken naar nieuwe recepten en restaurants, het ontdekken van een nieuw geweldig kookboek en steeds weer nieuwe dingen uitproberen in de keuken maken me dolgelukkig.

Een oud familierecept

Net als mijn ouders ga ik iedere week weer op zoek naar een nieuw recept om uit te proberen. Maar ook de klassiekers uit mijn jeugd komen nog regelmatig voorbij. Eén van deze klassiekers is een stoofschotel met rundvlees, aardappel, wortel en ui. Klinkt als saaie Hollandse pot, maar saai en Hollands is het zeker niet! Ik vind het superlekker en het is ook nog eens heel simpel. Het is een recept van mijn moeder, die uit Amerika komt. Waar het recept precies vandaan komt is niet duidelijk, het is een oud familierecept: mondeling doorgegeven door de jaren heen. Maar vandaag schrijf ik het voor jullie op, een echte klassieker uit mijn kindertijd.

Beef stew

Ingrediënten

  • 800 gram runderriblappen (of sucadelapjes, maar geen magere runderlappen)
  • Aardappelen
  • Bospeen
  • 2 grote uien
  • Kippenbouillonblokje
  • Laurierblaadje
  • Tijm
  • Peper en zout

Doen

Begin met het voorverwarmen van de oven op 200 graden.

Schil de aardappels en schrap de worteltjes. Hoeveel je nodig hebt is afhankelijk van het aantal mensen dat mee eet. De hoeveelheid vlees die hierboven aangegeven staat, is voor vier personen. Voor dit aantal personen heb je ook aardappels en worteltjes nodig. Als je vaker kookt, kun je dit zelf waarschijnlijk het beste inschatten, heb je grote of kleine eters aan tafel zitten? Ik reken meestal 2 á 3 aardappels per persoon en een halve bos bospeen.

Maak de uien schoon en snijd ze in partjes.

Bestrooi het vlees met zout en peper en bak het in een grote braadpan een paar minuten aan. Je hoeft het vlees niet klein te snijden en het is belangrijk dat je het vet aan het vlees laat zitten. Dit is namelijk heel belangrijk voor de smaak! Dit is ook de reden dat je geen magere runderlappen kunt gebruiken voor dit gerecht. Het moet namelijk best een tijdje in de oven en als je vlees geen vet heeft wordt het superdroog en niet lekker.

Haal het vlees uit de pan en stop de aardappels, de wortels en de ui in de pan. Leg hier het vlees bovenop. Verkruimel het bouillonblokje erboven en zet alles in een laagje water. Het water moet tot ongeveer drie kwart van de ingrediënten komen. Als laatste doe je een paar takjes tijm en een laurierblaadje erbij, de pan is nu klaar om in de oven te gaan.

Doe de deksel op de pan en zet ‘m in de voorverwarmde oven. Alles krijgt nu de tijd om langzaam te garen en elkaars smaken aan te nemen, dit maakt het gerecht zo lekker! Dit duurt op z’n minst drie uur. Het gerecht is klaar als de aardappels en de wortels gaar zijn en je het vlees met een vork gemakkelijk uit elkaar kan trekken. Eet smakelijk!

Fotocredit: Flickr


2.592 views | Geschreven door