Mama zijn en een managementbaan. Moet kunnen toch? Waarom doen we het dan nog zo weinig? Gewoon de stoute schoenen aan en doen.

Mama zijn van twee jonge kinderen én een managementbaan is niet zo vanzelfsprekend. Dat heb ik zelf gemerkt. Toen ik startte met mijn managementbaan, werd ik gefeliciteerd door een man. “Goh”, merkte hij op “knap dat je dat doet, mijn vrouw zou dat echt niet kunnen.”

Boekenwurm 1

Kijk mij nou eens

In eerste instantie drong de opmerking nog niet helemaal tot mij door. Ik zat nog volop in de roes van “kijk mij het nou toch eens gewoon doen.” Ik vatte de opmerking als een compliment op. Misschien was het ook wel zo bedoeld, maar toch bleef de opmerking hangen.

Pas dagen later drong tot me door, dat het wel een gekke opmerking was. Mijn eigen reactie trouwens ook. Hoezo zijn vrouw kon het niet? Hij deed het zelf toch ook? Met twee jonge kinderen. Wat was daar nou zo anders aan, behalve dat hij een man was? En waarom vond ik het een compliment. Waarom vond ik zelf “dat ik het toch maar mooi deed.”

Overtuigingen

Zelf had ik ook wel wat overtuigingen. Diep van binnen zit een stem die vindt dat kinderen vooral hun moeders nodig hebben (of moeders hun kinderen). Dat ik het gewoon veel te druk heb om mijn hersens en agenda voor zulk werk vrij te stellen. Dat anderen natuurlijk veel betere managers zijn dan ik.

Veel voorbeelden heb ik ook niet. Een paar vrouwen om mij heen hebben zelf een management baan en kleine kinderen. Toch zijn dat uitzonderingen. Ik ken meer vaders met zo’n baan, of vrouwen zonder kinderen.

Glazen plafond

Toen er een managementfunctie vrij kwam, heb ik toch de stoute schoenen aangetrokken en gesolliciteerd. Ik heb inmiddels wel door dat mannen nooit wachten tot ze gevraagd worden en vrouwen altijd. Terwijl mannen echt niet altijd beter zijn. Zeg dus alsjeblieft ook nooit tegen je kinderen: “kinderen die vragen worden overgeslagen.” Vooral niet tegen je dochters.

Trouwens niets vragen en de onverbeterlijke gewoonte van vrouwen om elke briljante analyse als volgt te introduceren: “sorry, misschien zie ik het verkeerd, maar….. “ zijn het probleem van het glazenplafond in een notendop. Maar dit terzijde.

Dat was maar goed ook

De manager bij wie ik solliciteerde reageerde: “Wat leuk. Ja, ik dacht, ik vraag je maar niet, want je hebt net kinderen en zo. Ik dacht jij hebt daar vast geen zin in.” Hij was nog wel verklaard voorstander van vrouwen in het management, ook als ze moeder zijn.

Drukke hersens

In de jaren erna heb ik heerlijk gewerkt. Het was af en toe puzzelen met de agenda. Maar dat is het in een andere baan ook. Mijn hersenen kregen het tijdens het werk veel te druk met zichzelf te ontwikkelen om nog te piekeren. Niks geen gedachten over kinderen die hun moeder nodig hebben. Van het extra geld kon ik mooi mijn hulp vaker laten komen, dus eigenlijk had ik thuis minder te doen. En zo dol ben ik toch al niet op huishoudelijk werk.

Voordat je het weet geloof je het

Na een aantal jaren vond ik het toch niet meer zo leuk. Even dacht ik ook dat het kwam omdat het moederschap en managen een slechte combinatie is. Vrouwen om mij heen vertelden mij dat ze mijn besluit om te stoppen begrepen. Zelf hadden ze het ook rustig aan gedaan toen hun kinderen klein waren. Met oudere kinderen pakten ze hun ambitie weer op. De opmerkingen kwamen uit een goed hart, maar voordat je het weet, geloof je nog dat het voor jou ook waar is.

Eigen baas

Dat ik een jonge moeder was, had achteraf gezien niets te maken met mijn besluit om te stoppen met mijn managementbaan. Ik voelde mij niet meer thuis bij de organisatie. Dat hakt er wel steviger in als je het thuis ook nog druk hebt. Nu werk ik voor mezelf. Ik kan je verzekeren dat ik daar minstens zoveel uren in steek als in mijn managementbaan. Knap hè, voor een mama met jonge kinderen.


3.243 views | Geschreven door eindredactie