‘We zijn de 14e en 15e gesloten, dus misschien wil je het nog een maand uitstellen, want dat zou net dé dag kunnen zijn.’ Het is nog geen 9 uur ’s ochtends, ik heb al 3 nachten maar half geslapen en ik ben helemaal klaar voor mijn allereerste hormoonprik. Niet begrijpend kijk ik de fertiliteitsarts met het korte, pittige kapsel aan. Alleen iemand met zo’n kapsel, kan zo’n rare vraag stellen.

Mijn hoofd slaat op slot en ik kijk mijn vriend-waarmee-ik-getrouwd-ben ongeëmancipeerd hulpeloos aan: ‘We gaan het gewoon doen!’ zegt hij resoluut. Dankbaar ontkleed ik me maar weer eens voor de zoveelste echo (echo, echo…denk ik dan steeds). We gaan het gewoon doen!

Blog mee

It begins

Nog voordat het zover is. Voordat we die eerste ochtend op het inloopspreekuur prikinstructies krijgen, is er de laatste maand ervoor. De laatste cyclus vóór IUI (kunstmatige (of liever kunstzinnige) inseminatie). Volgens mijn app is het een woensdag waarop ik ongesteld moet worden en dus weet of het zonder enige medische ingreep, heel toevallig gewoon zomaar is gelukt. Maar die woensdag gebeurt er niks. Ik dwing mezelf om vooral niet meteen naar de Etos te rennen voor een zwangerschapstest. Naast dat één dag over tijd helemaal niks zegt, kan ik me opeens niet meer herinneren hoe regelmatig ik normaal wel of niet ben. En ik wil niet te veel met mezelf meevibreren (zoals mijn vader het noemt wanneer je te veel opgaat in je eigen drama).

ff checken

Donderdag is er echter nog steeds niks. Ongeveer elk half uur bezoek ik het toilet. Toch even checken. Ik vergeet totaal om te werken en staar eigenlijk alleen nutteloos voor me uit en duim stiekem. Zelfs stiekem voor mezelf. Er is namelijk nog helemaal niks om over na te denken en ik wil mezelf niet gek maken. Maar dat doe ik wel.

Om een uurtje of 11 (ik ben al vanaf 7 uur op), houd ik het al niet meer vol. Mijn doorzettingsvermogen is veel marginaler dan ik zelf dacht. Mijn partner in crime haalt bij de Etos een vroegtest. Daarmee kun je, vanaf 4 dagen vóórdat je feitelijk ongesteld moet worden, testen of je zwanger bent. Het resultaat is natuurlijk totaal negatief. Tegelijkertijd ben ik niet verrast, maar toch ook verrassend teleurgesteld. Maar erger nog: ik geloof het resultaat niet helemaal.

Liever niet weten

Vrijdag ben ik weer vroeg uit mijn nest. Ik ren naar het toilet. HA, niks. Ik neem me voor om vooral de tweede test die in het pakje zit, nog niet te gebruiken. Niet omdat ik verantwoordelijk wil zijn, maar omdat het voelt alsof – als ik die test ook gebruik – ik mezelf alleen maar teleurstel. Want dan weet ik het antwoord echt. Ik houd het dus nog even vol. Misschien zelfs een paar dagen, denk ik nog bij mezelf.

Maar dan: ongesteld. Dammit.

Het was ook te mooi geweest om waar te zijn. Maar die twee dagen, geven me wel een klein inkijkje in wat er gebeurt wanneer je zo aan het wachten ben op een uitslag. De tijd loopt anders. Een kwartier duurt drie uur, een uur duurt een dag. En het magische denken neemt het over: voel ik daar een kramp? Ben ik niet ongewoon moe? Onzin natuurlijk. Maar dat wordt nog wat, wanneer we echt met het proces van start gaan.

Prik mij

Lichtelijk down, maar blij dat het nu dan eindelijk echt gaat beginnen, vertrekken de man en ik maandagochtend naar het ziekenhuis. Na de beslissing om ondanks de stomme vrije dagen in de meimaand toch door te gaan én de zoveelste echo, is het tijd voor de prik.

De verpleegster trekt uit de verpakking (die we net bij de apotheek hebben opgehaald) een levensgrote naald. Mijn ogen worden ongeveer 8 keer groter dan normaal: ‘Dit is niet de naald die je voor de injectie gebruikt!’ De verpleegster kijkt mij aan terwijl ze dat met klem benadrukt. Uit een andere pakje haalt ze een hele kleine en hele dunne naald: ‘Dit is de naald waarmee je moet injecteren.’ Hoorbaar en opgelucht haal ik adem. Waar de eerste naald lijkt op een instrument dat door de Amerikanen wordt gebruikt onder het mom van Advanced Interrogation Techniques, is de tweede naald er een waarvan ik verwacht dat ik ‘m kan verdragen.

De verpleegster kijkt nog steeds naar mij: ‘Je mag het aan hem uitleggen,’ laat ik haar weten en wijs naar de man. Ik moet – bij succes – al baren, dat vind ik al voldoende investering. Natuurlijk let ik stiekem wel een beetje op, want je weet het maar nooit. Zielige man, die het vreselijk vindt als ik pijn heb, moet na het mengen van het hormonenmengsel mij prikken met een naald. Aan zijn gezicht, dat ik na 10 jaar kan lezen als een Suske en Wiske, zie ik dat hij het niet gemakkelijk vindt. Maar hij doet het toch. En daarvoor ben ik hem dankbaar.

Au

De prik doet eigenlijk geen pijn. Het voelt niet eens alsof iemand in je buik prikt met een naald, wat licht verrassend is. De vloeistof is ongemakkelijker en brandt een beetje. Maar ook dat is te verdragen. De rest van de dag voelt mijn buik wel beurs, maar ach, je moet er wat voor over hebben en dat heb ik wel, blijkt maar weer.

De au zit ‘m niet in de naald. De au zit ‘m in de realisatie dat het veel lastiger is dan ik dacht om dit proces gewoon te doorstaan. Wat gewoon is weet ik niet precies, maar in mijn fantasie was het iets wat ik zo even naast mijn dagelijkse drukke gedoetjes kon implementeren. Bezig ermee wanneer ik er bezig mee moest zijn. Focussed op de dagelijkse sores op alle andere momenten.

Ik zat er naast.

Loskomen is lastig

Mijn dag start met het opnemen van mijn temperatuur, bijhouden van mijn gewicht, nemen van vitaminen en supplementen, kijken waar in de cyclus en dus planning we zitten en nadenken over wat-als-secnario’s. Wat als het lukt? Waarop ik alvast een stiekeme blik werp op positiekleding. Wat als het niet lukt? Waarop ik al preventief teleurgesteld ben en probeer te bedenken hoe gracieus ik dat dan als realiteit accepteer. Wat als het eerst wel lukt, maar dan misgaat? Wat als het lukt, goed blijft gaan, maar er iets heel anders misgaat? De bevalling? De zwangerschap? post-natale depressie? En zo maak ik mezelf helemaal gek. Tegen de tijd dat ik door al die gedachten heen ben en ondanks alle onbekende variabelen heb geprobeerd de scenario’s voor te stellen, is het tijd om te prikken en lukt het nog steeds niet om het te negeren.

Vermoeiend!

Enthousiast

Ik realiseer me dat ik niet al te vrolijk klink en ook niet vreselijk positief. Dat ben ik wel. Meestal. Ik realiseer me dat ik me misschien licht in de impact heb vergist, maar weet ook dat ik uiteindelijk altijd hartelijk en (net iets te) luid om mezelf kan lachen. Dat doe ik dan ook bij vlagen. Vooral wanneer ik TLC (het oestrogeenkanaal) zit te kijken en de 452 zwangerschapsprogramma’s die zij uitzenden. Of wanneer ik al namen aan het bedenken ben voor een theoretisch kind dat er misschien niet eens komt. Dan gniffel ik om mijn eigen gekkigheid. En houd ik me voor wat mijn oma altijd zei: que sera, sera. What will be, will be. We zien het wel. Het gaat zoals het moet gaan. Ik laat het maar gewoon gebeuren. En weet je, het komt vast goed. Of niet. En dat is ook goed.

Há. Mijn hoofd is er nog niet helemaal uit. Mijn hart weet niet welke kant het op moet en mijn buik krijgt steeds maar prikken. Het is een enerverende tijd, maar ook dat hoort erbij. Het komt goed. Echt.


1.763 views | Geschreven door eindredactie