Geregeld schiet ik in de stress doordat ik én een gezin heb én werk én gezond wil eten. Ik breek mijn hoofd over de vraag hoe ik in godsnaam in korte tijd een gezonde maaltijd voor mijn gezin kan klaarmaken.

Gezond eten

Toen ik laatst de kinderen bij de opvang ophaalde, vroeg ik mij ineens wat paniekerig af of ik de oven eigenlijk wel had uitgezet. In gedachten zag ik onze keuken al blauw van de rook. Mijn met zorg bereide preischotel was in dit angstvisioen inmiddels verbrand. Ondertussen hoorde ik een moeder zeggen: “Nee, op donderdag kook ik niet, dan heb ik geen tijd. We eten gewoon een tosti of gebakken ei”. Ik hoorde dit alles met diepe bewondering aan.

Blog mee

Geen tijd om te koken

Ik heb zelden tijd om te koken. Althans er zijn altijd andere zaken die heel dringend tijd vragen, zoals volle mailboxen en achterstallige administratie. Mijn wederhelft kookt gelukkig graag. Hij zet in een handomdraai heerlijke en gezonde maaltijden op tafel. Ik hoef ook niet vaak te koken. Maar toch. Er blijven genoeg dagen over, waarop ik er niet aan ontkom. Ik zit dan in een vreselijke spagaat. Aan de ene kant dus mijn gebrek aan tijd. Aan de andere kant van de spagaat zit mijn wens om gezond eten. Ja, noem het intussen gerust maar een obsessie. Ik heb me nog niet gewaagd aan allerlei hippe trends die foodies de wereld in slingeren. Dat zou mijn leven echt te ingewikkeld maken. Maar ik wil wél dat er elke dag verse groente op het menu staat. Groentes en saus uit potjes komen er bij mij niet in. Te veel zout, suiker en andere ‘enge’ ingrediënten. Ondertussen levert me dat behoorlijk wat ongezonde stress op.

Kooktalent

Mijn wederhelft vindt gezond eten ook belangrijk. Voor hem is dat geen kunst; hij is begiftigd met een uitzonderlijk talent voor koken. Terwijl hij zegt: “Ach, zo’n vers tomatensausje dat is toch echt het werk niet”, sta ik zelf met mijn handen, onder de saus, in het haar. Ondertussen kookt de pasta droog en kom ik er achter dat ik het schoonmaken van de groentezeef wél veel werk vind.

Of toch maar niet

Nee, de moeder bij de opvang deed mij het licht zien. Vanaf nu neem ik mijn eigen principe met een korreltje zout. Hoe erg is het nou helemaal om af en toe geen verse groente te eten? En wat een gemak krijg ik daarvoor terug! Mijn eerste concessie is tomatensaus uit een potje. De maaltijd staat ’s avonds lekker snel op tafel. Helaas, mijn kinderen trakteren me op twee verwrongen bekkies. De chef-kok kijkt ook al niet blij. “Gadverdamme mamma, dit is echt niet te eten.” Nee, nu dat. Daar gaat mijn kans om zonder stress te koken. Ga ik nu instorten bij het idee altijd vers te moeten koken? Stiekem ben ik toch blij. De kinderen eten liever mijn verse groentes dan de “foute” potjes. Morgen mijn volgende uitdaging: geen potjes, maar wel een gebakken ei; zónder groente.


2.414 views | Geschreven door eindredactie