Er staat al ruim 9.000 kilometer op de teller, maar mijn nieuwe auto heeft nog geen krasje. Dat is eigenlijk een wonder gezien de capriolen die ik met auto’s heb uitgehaald. 

Eind vorig jaar ging ik op zoek naar een nieuwe bolide. Ik reed namelijk in een auto van de zaak, een Toyota Prius, maar omdat ik de zaak ging verlaten, moest ik ook afstand doen van die auto. In mijn werk als interim social media manager ben ik veel onderweg, ook buiten de stad waar ik woon. Een auto is noodzaak. Nu ben ik niet echt het type dat een band opbouwt met een auto, laat staan dat ik het liefkozend een naam geef. Een auto moet mij van A naar B brengen. Een auto moet genoeg ruimte bieden om mijn gezin te vervoeren. Bonuspunten worden gescoord als de auto ook nog eens fijn optrekt bij het verkeerslicht. En ik moet toegeven: de prijs is ook niet onbelangrijk. Ik ben een nieuwbakken ondernemer en ik heb geen suikeroompje die in de showroom de portemonnee voor mij trekt.

Blog mee

Handgreep

Dit jaar vier ik dat ik al 18 jaar een rijbewijs heb. Eind jaren ’90 ragde ik het oude autootje, een Nissan Micra, van mijn moeder helemaal af. Het was een brikje op wielen, maar ik was zo vrij als een vogel. Ik kan me nog goed herinneren dat ik voor het eerst in dat wagentje stapte. Samen met mijn moeder reed ik naar het industrieterrein van Drachten om de auto te leren kennen. Dit was namelijk wel even andere koek dan de luxe van een leswagen. Ik trok op, remde en schakelde dat het een lieve lust was. Toen ik de auto na een tijdje voor het huis parkeerde, had mijn moeder het handgreepje dat normaal boven het raam vastzit aan de auto, los in de hand. Blijkbaar was ik iets te enthousiast geweest!

Klapband

Ik loerde vaak op de kans om in de Volvo van mijn vader te stappen. Die was daar (terecht) nogal terughoudend in. Op een dag wilde ik een vriendin thuisbrengen en kreeg ik de autosleutels van de Volvo mee. Ik reed de oprit af, maar maakte een iets te scherpe bocht langs een laag stenen muurtje. De vriendin en ik hoorden een dof geluid, keken elkaar aan, haalden de schouders op en reden weg. Mijn vader en broer hadden het geluid ook gehoord en constateerden een klapband. Ze wisten niet wat ze zagen toen ik gewoon wegreed. Halsoverkop reden ze achter me aan in het brikje van mijn moeder. Gelukkig was ik na een paar honderd meter rijden wel tot de conclusie gekomen dat er iets mis was. Sindsdien was mijn vader nog terughoudender in het uitlenen van zijn geliefde Volvo.

Als de brandweer

Terug naar mijn zoektocht. Ik bleek toch meer wensen te hebben dan ik van tevoren had gedacht. Hoewel ik best enthousiast was over het rijcomfort van de Renault Megane Station vond ik de aanblik bedroevend saai. Dit paste toch totaal niet bij de kleurrijke, moderne huisstijl van mijn bedrijf?

Hoofdschuddend verliet ik de dealer. Dit was niet mijn nieuwe auto. Maar welke dan wel? We gingen naar de Citroëndealer en ik was meteen weg van de Citroën Cactus! Wat een leuke, sportieve en opvallende auto. Die gekke bumpers? Die vond ik er wel stoer uitzien. Mijn gezinnetje en ik stapten in de rode auto die de verkoper voor ons had klaargezet en vertrokken voor een proefrit. “Kijk eens, die mensen verdraaien nog net niet hun nek,” zei mijn man, wijzend naar een stel fietsers die de auto van een afstandje bekeken. Mijn zoontje joelde vanaf de achterbank: “We zijn zo rood als de brandweer!!” Hmm, ik begon te twijfelen. Een opvallende auto is best leuk, maar wilde ik al die aandacht eigenlijk wel?

cactus

Mag het ietsje minder zijn?

Na veel wikken en wegen besloot ik de Citroën Cactus te kopen. Niet de rode, maar een minder opvallende kleur. Desondanks krijg ik nog steeds veel opmerkingen over de auto. Met name positief, maar het gesmaal is ook niet van de lucht: “Oh, dat is zo’n auto voor vrouwen die niet kunnen inparkeren” en “Heb je een botsauto?” Ik lach erom. Ze zijn vast stikjaloers!


1.864 views | Geschreven door