Ken je dat? Zo’n drukke werkdag, een lange ook. Dat je alleen nog maar naar huis wil. Zo snel mogelijk, zonder oponthoud, zonder gedoe?

Braaf klik klak ik met de menigte mee. Gangpad van de trein uit, opletten bij het afstapje, perron over, door de ‘bleeb- poortjes’, met zijn allen stommelend de trap af.

Boekenwurm 1

Draaideurendrukte

Eenmaal van het station af, loop ik nog in de menigte. Een optocht van brave forensen die keurig hun fiets daar stallen waar de gemeente het wil, de fietsenparkeerplaats. Voor onze fietsparkeergarage gaan we de stoep over, door de schuifdeur, langs de tourniquetdeur. Zo’n onmogelijke draaideur.

Mijn rugzak is daar te groot, of mijn laptoptas te breed, mijn hakken te onhandig en mijn achtervolger te ongeduldig. Er komt een dag dat ik het daar uitgil van frustratie! Wáárom maken zie die dingen zo klein, zo krap en zo ongenadig hard? Niet dat een ruimere tourniquetdeur zou helpen hoor.
Hier staat voor u, de draaideurbangert. Je weet wel, die leuke grote draaideuren bij ziekenhuizen, gemeentehuizen, een enkele V&D en andersoortige panden waar je liever niet komt.  Voordat ik me mee laat nemen in die draaiing, zorg ik ervoor dat ik moederziel alleen in een compartiment zit. Het liefst ook nog helemaal solo in dat hele draaideurengeval.

Koeien op stal

Mopperend klepper ik door de gangen van onze fietsparkeergarage. Slalom ik om de andere fietsforensen. Pluk ik mijn fiets uit het rek. (lekker herkenbaar, met koeienfietstassen, de enige in deze stal). Sluit ik weer aan in de rij. Nu om met pasje door de fietsenpoortjes te komen en door de schuifdeuren naar buiten te fietsen.

Fietsen in een kantoorjurkje

Nou ja, fietsen. Gisteravond leek dit jurkje, donkerblauw rood ruitje een heel goed idee. Vanmorgen op de fiets en dus ook nu weer, blijkt het een wat minder goed idee. Ik sjor het jurkje zover omhoog dat het nog net fatsoenlijk is, frunnik mijn wollen jas weer over mijn benen. Dan ga ik op het puntje van mijn zadel zitten en fietswiebel het fietspad op.

Heb ik geen licht ook nog. Al fietsend hoop ik maar dat een agent me niet ziet, of me dan in ieder geval gewoon laat doorfietsen omdat het zo godsgruwelijk koud is en dat vrouwtje in haar dunne kousen maar zo een blaasontsteking kan oplopen. Waarbij hij hoofdschuddend tegen zijn collega zegt: “Niet de handigste keuze dat jurkje…”. Ofzo. Nou ja, je snapt het beeld, de kou en mijn gemopper.

Thuis!

Gelukkig tref ik geen agent of andere ophoudende obstakels meer. Huffend en puffend (oh nee, dat is een ander verhaaltje en ik ben écht niet ‘the big bad wolf’. Al kan ik wel net zo grommen van chagrijn). Ok, niet huffend en puffend, maar wel al kniezend spring ik zogenaamd heel handig van mijn fiets. Mieter ik het tegen de schutting en ontsluit ik de voordeur. Ik gooi mijn tas in de hoek, pruts mijn jas aan het laatste vrije haakje van de lage kapstok. Dan gooi ik de deur naar de woonkamer open (honey!! I’m hohoome!”) en hoor ik een tweestemmig mannetjeskoor: “hoooooi maaam!!”

Ken je dat? Zo’n drukke werkdag, een lange ook. Je komt thuis en stapt over rondslingerende gympen en een schooltas. Waarna je wordt ondergedompeld in de drukte en warmte van je gezin, overstelpt met welkomstkussen en knuffels van je kinderen

Ik kijk nu al weer uit naar het volgende thuiskomen.


1.636 views | Geschreven door eindredactie