Eigenlijk ben ik een winterloper. Geef mij maar temperaturen onder de 10 graden, lekker ingepakt, je adem in wolkjes voor je uit. Maar er moet getraind worden voor een Dam tot Dam en een Halve Marathon en dat zal ik toch echt in de zomer moeten doen. Het zweet druipt aan alle kanten, de snelheid kakt in en ik ben ontevreden. Tot een van mijn trainers een opmerking maakt die in mijn hoofd blijft hangen. Op de een of andere manier gaat er een knop om.

Blessures

Sinds ik een aantal keer stevig geblesseerd ben geraakt (shin splints, ontstoken peesplaat, geirriteerde knie) durfde ik mijn snelheid niet meer omhoog te gooien. Het algehele gevoel bij hardlopen was “hartstikke leuk”, maar of er ook echt sprake was van hard lopen? Nou nee. Ik heb een hekel aan het woord joggen, maar eigenlijk was dat wel wat ik deed.

Boekenwurm 1

Natuurlijk is lopen altijd beter dan op de bank zitten, maar ik vond een snelheid van maximaal 8 kilometer per uur eigenlijk te laag. En dat frustreerde. Maar ik durfde ook niet harder te gaan lopen. Ook niet toen ik bij een podotherapeut was, die feilloos wist te achterhalen waarom ik geblesseerd raakte. Ik kreeg zooltjes en die bleken de heilige graal aan mijn voetjes. En toch bleef ik voorzichtig rond die 7:30 gemiddelde pacing mijn rondjes lopen.

Running Club

Ik besloot wel weer bij de Running Club Breda te gaan lopen. Ook daar was ik mee gestopt omdat ik bang was dat ik mezelf over de kop zou lopen. Maar ik miste het. Lopen met een groep zorgt voor de extra stimulans om net dat tandje bij te zetten en ik vond dat ik dat wel nodig had. Ik haal er weer heel veel plezier uit, hoewel het vaak uitdagende trainingen zijn.

Qua afstanden uitbouwen lag ik goed op schema voor de Dam tot Dam toen we vorige week een pittige fartlek training tegemoet gingen. Het was warm, zo’n 26 graden en we liepen in open veld. Twee kilometer inlopen, vijf keer vijf minuten op 10 kilometer tempo met drie minuten rustig dribbelen er tussen in. En dan de afstand weer terug en twee kilometer uitlopen.

Dat 10 kilometer tempo heb ik niet echt, dus ik zette maar aan – we zagen wel waar het schip zou stranden. Dat het zou stranden, daar was ik eigenlijk van overtuigd. Mijn trainster liep met me mee.

“Het is allemaal mentaal”

In die vijf keer vijf minuten bleek ik gewoon 10 kilometer per uur te lopen. Het was zwaar, het was warm, mijn ademhaling en hartslag versnelden in evenredig tempo en dan gaat dat stemmetje in je hoofd al gauw zeggen dat je het niet kan. Dus dat zei ik ook. Mijn trainster zei rustig “het is allemaal mentaal” en liep door. En ik liep ook door. Gewoon. Zomaar.

Uiteindelijk had ik voor de weg terug (7 kilometers fartlek heen en dus ook weer 7 kilometers hardlopen terug) net wat energie tekort, maar de versnellingen had ik prima aangekund en dat overdonderde me compleet. De dag erna had ik geen spierpijn, geen pijn in mijn schenen, helemaal niks. Ik kon het dus wel! Waar was ik nou bang voor?

Op je donder

Maandagavond, en vandaag, besloot ik mijn angst eens op zijn donder te geven. Maandagavond liep ik samen met mijn man een korte ronde van 4,7 kilometer in 29 minuten nogwat (!). Dat was voor mij echt wedstrijd tempo, maar wel goed vol te houden. Ik had de vijf kilometer in 31,5 minuut kunnen lopen als ik was doorgelopen. Voor iemand voor wie het PR (tijdens wedstrijd) rond de 36 minuten ligt was dat verbijsterend.

Vandaag besloot ik dus naar de 5K te lopen. Iets rustiger, want te snel te hard is ook weer niet verstandig. In de warme zon en met tegenwind op de terugweg, klokte ik met gemak 34 minuten. Een nieuw PR dus. En ik weet dat ik nog harder kan, zonder blessures. Kom maar op met die Dam tot Dam!

Je kunt meer dan je denkt. Lopen met een groep, en een handreiking krijgen van een meer ervaren loper, kan ontzettend verhelderend zijn. Het is niet erg om soms je grenzen te verleggen. Als je het maar met beleid doet. Voor je het weet sta je versteld van jezelf!


115 views | Geschreven door