Ik ben geboren voor hardlopen. Het kan niet anders. Geen moment dat ik me zo vrij voel als wanneer ik met mijn Zoom Vomero’s de voordeur uit storm om maar te zien waar de wind me brengt. 

Het probleem

Het enige probleem is dat mijn lichaam niet echt gemaakt is voor hardlopen. Het begon allemaal vlak voor mijn dertiende verjaardag met een zeurende moeder. “Loop nou toch eens recht!” Huh?! Ik loop toch recht?! Het stampvoeten eindigde met een verplicht bezoek aan de huisarts en een klap in mijn gezicht waarvan ik nog steeds denk dat Muhammed Ali hem niet beter uit had kunnen delen. “Je hebt scoliose en moet naar een specialist. Je krijgt waarschijnlijk een brace. Je kunt straks niet meer sporten.” Aardbodem. Vaarwel.

Boekenwurm 1

Hoop

Zo sleepten mijn ouders een paar weken later een meer dan dwarse puber naar het ziekenhuis in Amsterdam voor een reeks röntgenfoto’s en andere vervelende onderzoeken. Ik vond het allemaal maar onzin. Ik had toch nergens last van. Gezeur. Allemaal omdat mijn ene schouder iets lager hing dan de andere. Nee. Bullshit. Het zou vast niet zo erg zijn. Ik had immers geen pijn en nergens last van en dus probeerde ik mezelf te overtuigen dat het straks allemaal wel mee zou vallen. Als straks die dokter kwam dan zou wel blijken dat ze het allemaal mis hadden. Niet dus.

Wachten

Ik kan me de stoelen in de wachtkamer nog herinneren. Vreselijk. Het wachten duurde lang en ik had me op dat moment liever in de hel bevonden. Ik zou een paar minuten later ontdekken dat ik inmiddels in de hel was beland. Ik herinner me nog het passeren van een witte jas en het kippenvel op mijn armen. Als dat maar niet mijn dokter is. Helaas wel dus. Het slechte voorgevoel was van een aard dat niet te ontkennen viel en dat zich al evenmin liet negeren. Het verdere wachten werd alleen maar meer een hel. Ik denk dat iets in me best wist dat mijn huisarts het niet verkeerd had en de enorme spoed waarmee ik in het meest gespecialiseerde ziekenhuis een afspraak kon krijgen, voorspelde niks goeds.

Hel

Shit! Het was dus toch die dokter. Als een lam op weg naar de slachtbank liep ik achter mijn ouders aan de spreekkamer in. “Zo. Je doet dus atheneum? Je hebt thoracale en lumbale scoliose.” Ik voelde een wenkbrauw omhoog schieten. Aan de muur hing een röntgenfoto van wat mijn rug moest zijn. Twee enorme bochten. Keihard huilen zou voor velen misschien een logische reactie zijn. Ik werd boos. “Ik zit inderdaad op het atheneum, maar Latijn krijgen we pas in de tweede klas en dan nog is het geen medisch Latijn.”

Het volgende antwoord van de dokter deed de stoelen door de kamer vliegen. “Je hebt scoliose boven en onder in de rug en wordt geopereerd.” Als antwoord op de vragen van mijn vader verklaarde de dokter zich nader. “Je wordt geopereerd. We maken een metalen staaf vast aan jouw rug en dan kan die niet meer bewegen. Revalidatie duurt een jaar. Je moet minstens zes maanden in bed liggen en daarna opnieuw leren lopen. Als dat nog kan en geen zenuwen zijn beschadigd.”

Vechten

Het doodvonnis wordt zonder enige emotie gebracht en dat was het moment waarop ik écht kwaad werd. “NEE! Ik doe het niet!” Het antwoord was meer dan strijdlustig. Het antwoord kon natuurlijk niet rekenen op de goedkeuring van mijn moeder. Aan de andere kant van de kamer hoorde ik mijn vader. Het zou niet verstandig zijn om overhaast een beslissing te nemen op basis van een dusdanig gebrek aan informatie. Ik had bovendien het recht om mijn eigen beslissingen over mijn lichaam te maken. Het werd een meer dan verhitte discussie en de kampen waren inmiddels verdeeld. Het was in mijn ogen op dat moment overigens ik tegen de rest van de wereld. Ik stormde in pure wanhoop maar de hel uit.

Gewoon blijven rennen!

Het ziekenhuis was net een labyrint en ik had in mijn paniek geen idee waar de uitgang was. Gewoon blijven rennen! Verpleegsters staarden bezorgd naar een klein meisje dat door de gangen van het ziekenhuis rende alsof de duivel haar op de hielen zat en dat was in mijn ogen ook precies het geval. Amsterdam. Lawaai. Heerlijk. Gelukt. Ik bedacht me dat ik toch eens naar huis zou moeten. Ik wilde niet. Ik wilde geen operatie. Als ik op dat moment iets had gewild dan was het gewoon blijven rennen. Weg van die dokter en zijn horror-operatie. Klootzak. Achter me hoorde ik mijn vader. “We gaan naar huis.” Ik wil niet. Ik wil geen operatie. “Angelique. Je wordt niet zomaar geopereerd. Jouw keuze. Beloofd.” Ik denk dat ik eindeloos heb gesmeekt om die belofte. Alsjeblieft. Beloof het.

Reddende engel

Het volgende bezoek. Andere wachtkamer. Vreemd. Helemaal klaar voor de strijd liep ik achter de assistente aan. Slechts een paar seconden liet de dokter op zich wachten. Geheel niet verbaasd over mijn woede en vechtlust nam de dokter plaats. Het dossier was in de vergadering besproken en een operatie was volgens de goede man helemaal niet nodig. Zoiets was alleen een allerlaatste redmiddel. Ik was bovendien oud genoeg om naar de afdeling volwassen over te gaan en dus had mijn reddende engel mijn dossier uit de handen van zijn collega getrokken. Geen operatie. Het verhaal van mijn vechtlust was de dokter niet ontgaan en kon rekenen op een knipoog.

HET VERVOLG

Het was misschien wel een ernstige vorm van scoliose en ik zat misschien wel boven de magische grens (kromming van de wervelkolom van meer dan 42 graden) maar dat was geen reden om maar meteen een operatie te plannen. Het scheelde immers maar een paar graden en ik was nog niet uitgegroeid. Ik zou best nog eens aan een operatie kunnen ontsnappen.

Het zou niet leuk worden. Het plan was om eerst een paar maanden met een gipskorset een kleine correctie aan te brengen. Ze zouden mijn rug dan iets oprekken om dat wat zo krom was enigszins recht te trekken. Als ik een paar maanden verder zou zijn dan kon het gipskorset worden vervangen door een brace: een plastic korset dat helemaal op maat gemaakt moest worden om mijn rug door de onvermijdelijke groei heen te helpen. Fysiotherapie moest de rest doen.

Ik kon aan die operatie ontsnappen. Het zou gewoon niet leuk worden. Tennis. Nee. Ik zou moeten stoppen met tennis. Ik zou het sporten voorlopig (lees: de komende jaren) helemaal kunnen vergeten en ik denk dat ik op dat moment voor het eerst huilde.

Kracht

Ik ben overduidelijk niet gemaakt voor hardlopen. Het simpele gegeven dat scoliose me met een longfunctie en -capiciteit van ongeveer 70% heeft achtergelaten, kon ik vaak vergeten. Als ik heel eerlijk ben: ik vergeet mijn scoliose vaak. Het is gewoon zo. Astma maakt het ook niet makkelijker overigens en een recente reeks onderzoeken bracht – alles behalve subtiel – al mijn handicaps weer aan het licht.

Nee. Ik stop niet. Ik weiger om het hardlopen op te geven. Ik word nog steeds des duivels van artsen die met adviezen komen dat ik maar een andere sport moet kiezen en met mijn volledige gebrek aan een poker face blijft het advies vaak onuitgesproken in de lucht hangen.

Het lezen van de autobiografie van Bolt was in deze periode wel het beste dat ik had kunnen doen. Je wist vast ook niet dat Bolt scoliose heeft. Ik wist het niet. Het antwoord op de volgende dokter heb ik inmiddels al klaar. Nee. Ik zal never ever zo snel zijn. Geeft niks. Ik lees vooral hoe veel mogelijk is met omstandigheden die anderen als onmogelijk zouden zien.

I don’t have a runner’s body – but I have a runner’s heart and that’s all you need.


109 views | Geschreven door